Bitefile – 7 tips om online sociaal gedrag te stimuleren

BITESCIENCE ZET HET NIEUWSTE EN BELANGRIJKSTE ONDERZOEK VOOR JE OP EEN RIJ

Haatzaaien, discriminatie, intimidatie, pesterij en geweld. Het zijn enkele voorbeelden van antisociaal en schadelijk gedrag waar internetgebruikers mee te maken kunnen krijgen. Alhoewel er meer onderzoek wordt gedaan naar online antisociaal gedrag dan prosociaal gedrag, blijkt dat veel mensen zich online vaker prosociaal dan antisociaal gedragen. Welke vormen van prosociaal gedrag komen we online tegen? En wat kun jij doen om online prosociaal gedrag bij jezelf en anderen te stimuleren? Bitescience zocht het voor je uit, in het kader van de Week van de Mediawijsheid: Samen Sociaal Online (5 t/m 12 november 2021).

In opdracht van Netwerk Mediawijsheid analyseert Bitescience het meest recente en relevante wetenschappelijke onderzoek naar mediawijsheid-thema’s. Het thema waar in deze Bitefile aandacht aan wordt besteed is online prosociaal gedrag. Bekijk ook de andere thema’s.

Wat is online prosociaal gedrag?

Prosociaal gedrag wordt meestal gedefinieerd als vrijwillig gedrag ten behoeve van andermans welzijn. Online prosociaal gedrag is al het prosociale gedrag dat voorkomt in de digitale mediaomgeving, zoals:

  • Iemand opvrolijken, troosten of ondersteunen via sociale media
  • Reageren op online berichten waarin mensen om hulp vragen (bijvoorbeeld op NLvoorelkaar.nl of Wehelpen.nl)
  • Succesvolle leerervaringen met anderen delen
  • Geld doneren of online in actie komen voor anderen of een goed doel via een online crowdfunding platform (bijvoorbeeld via de 1% Club of Doneeractie.nl)
  • Een online petitie ondertekenen en/of doorsturen naar anderen (bijvoorbeeld op Petities.nl).

Hoe gedragen we ons online?

Wanneer mensen snel moeten handelen, kiezen zij intuïtief eerder voor prosociaal dan voor antisociaal gedrag. Wij zijn dus van nature eerder geneigd om ons prosociaal dan antisociaal te gedragen. En mensen die zich offline vaker prosociaal gedragen, doen dat ook vaker online. Dit duidt erop dat de meeste mensen geneigd zijn zich online op een prosociale (in plaats van antisociale) manier te gedragen.

Onderzoek laat ook zien dat bepaalde eigenschappen van internet, zoals anonimiteit, prosociaal gedrag kunnen stimuleren. Als je online een bericht verstuurt of met iemand praat speelt non-verbale communicatie (zoals lichaamshouding, gezichtsuitdrukkingen en toon) geen of een minder grote rol. Online interactie voelt dus anoniemer dan in het echt. Dat maakt het makkelijker voor mensen om zich open te stellen en prosociaal te zijn richting anderen. Gevoelsmatige anonimiteit kan dus bijdragen aan online prosociaal gedrag. Dat is interessant, omdat anonimiteit ook vaak als oorzaak gezien wordt voor antisociaal gedrag (zie onderzoeksrapport Online ontspoord van het Rathenau Instituut). Online anonimiteit kan dus zowel sociaal wenselijk als onwenselijk gedrag faciliteren.

Feiten op een rij over prosociaal gedrag

7 tips om online sociaal gedrag te stimuleren

Dit kun jij doen om online prosociaal gedrag bij jezelf en anderen te stimuleren:

  1. Geef het goede voorbeeld. Prosociaal gedrag is aanstekelijk: als je je prosociaal gedraagt, draag je eraan bij dat anderen dat ook doen. Dat geldt nog meer als het prosociale gedrag vertoond wordt door iemand die een voorbeeldfunctie vervult. Zo kunnen ouders een rolmodel zijn voor hun kinderen. Door zelf het goede voorbeeld te geven, kunnen zij antisociaal gedrag (zoals cyberpesten) van hun kinderen verminderen en prosociaal gedrag stimuleren. Maar bij rolmodellen kun je ook denken aan een bekende sporter, social media influencer, of aan een leerkracht of leeftijdsgenoot waartegen opgekeken wordt.
  2. Geef positieve feedback. Mensen die positieve feedback ontvangen op hun prosociale gedrag zullen zich aangemoedigd voelen om zich vaker prosociaal te gedragen. Daarentegen zorgt het ontvangen van negatieve feedback op prosociaal gedrag ervoor dat mensen zich minder vaak prosociaal zullen gedragen.
  3. Bied sociale steun. Mensen die zich sociaal gesteund voelen, het gevoel hebben dat ze ergens bij horen en gewaardeerd worden door familie, vrienden en school gedragen zich prosocialer richting anderen.
  4. Train mindfulness. Mindfulness – oftewel de vaardigheid om bewust aanwezig te zijn in het hier en nu zonder te oordelen – verbetert de ontvankelijkheid voor gevoelens van anderen. Dat zorgt voor een grotere bereidheid om anderen te helpen, zowel off- als online.
  5. Creëer verantwoordelijkheidsgevoel. Jongeren die het gevoel hebben dat hun reacties op sociale media – bijvoorbeeld een groepsapp op WhatsApp – door anderen gezien en beoordeeld worden, ervaren een groter gevoel van verantwoordelijkheid. Zij zijn daardoor minder snel geneigd in het online antisociale gedrag (zoals cyberpesten) van anderen mee te gaan.
  6. Versterk zelfvertrouwen in online sociale vaardigheden. Jongeren die in de offline wereld sociaal zijn, vertonen online eerder sociaal gedrag dan jongeren die offline verlegen zijn. Dat komt doordat verlegen jongeren erg zelfbewust en gevoelig zijn voor negatieve evaluaties. Daardoor hebben zij minder zelfvertrouwen in hun online sociale vaardigheden. Door het zelfvertrouwen in de off- en online sociale vaardigheden te versterken, kunnen verlegen jongeren geholpen worden online sociaal te zijn.
  7. Kijk en luister naar betekenisvolle media. Inspirerende en prosociale inhoud in films, series, en sociale media kan mensen een gevoel van betekenis en ontroering geven. Dat zorgt ervoor dat ze geluk ervaren en zich verbonden voelen met de rest van de mensheid. Hierdoor gaan mensen meer met anderen meeleven en zijn ze meer bereid om anderen te helpen; zowel off- als online. Lees hierover meer in Bitefile Betekenisvolle media.

Onbeantwoorde vragen voor de toekomst

Hoewel er steeds meer onderzoekers zijn die online prosociaal gedrag bestuderen, zijn er nog veel vragen onbeantwoord. Bijvoorbeeld:

  • Gedragen we ons online anders dan offline? Bestaand onderzoek laat zien dat mensen die zich offline vaker prosociaal gedragen dat online ook vaker doen. Maar hoe ziet dat off- en online gedrag er precies uit? Is dat hetzelfde of anders?
  • Hoe vaak komt online prosociaal gedrag precies voor? En is er een verschil in de mate waarin prosociaal gedrag voorkomt op verschillende sociale media platformen?
  • Onderzoek laat zien dat de ervaren anonimiteit in online interacties bij kan dragen aan prosociaal gedrag. Welke andere specifieke eigenschappen van het internet of sociale media kunnen online prosociaal gedrag faciliteren?
  • Hoe kan online prosociaal gedrag aangemoedigd worden, bijvoorbeeld in media-educatieprogramma’s of campagnes? En kan kunstmatige intelligentie een rol spelen in het aanmoedigen van prosociaal gedrag? Bijvoorbeeld door het ontwerpen van technologieën die een vriendelijkere en prosocialere online wereld ondersteunen?
  • Veel bestaande onderzoeken hebben online prosociaal gedrag onder tieners en jongvolwassenen bestudeerd. Er is minder bekend over de mate waarin en manier waarop online prosociaal gedrag voorkomt in andere leeftijdsgroepen.

De Bitefile Online prosociaal gedrag is gebaseerd op deze artikelen

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.