De Netwerkmaatschappij 34: Op school

vrijdag 8 april 2022

Het gebeurde niet vaak; hooguit een paar keer per jaar. Maar áls het gebeurde voelde je het meteen: onrust bij de leerlingen. Zelfs de meest voorbeeldige leerlingen werden ongedurig. Onhandelbare leerlingen werden de klas uitgestuurd richting mediatheek. Ik wist dat ik m’n regels moest laten vieren. In de docentenkamer dachten docenten dat alleen in hun klas de gekte had toegeslagen.

Wat was er aan de hand? Er was onweer op komst! Buiten was het nog niet te zien, maar de barometer daalde en daar zijn vele jongeren – en ook dieren – gevoelig voor.

Illustratie: Roeland Smeets

Buiten de school

Zo’n weersverandering, een onweer bijvoorbeeld, is een onverwachte gebeurtenis, die zich – zeker achteraf gezien – wel degelijk heeft aangekondigd. Waar de school, ons land en heel Europa nu mee te maken hebben zijn ontwikkelingen die zich ook geleidelijk aankondigen: usual suspects zijn de klimaatverandering en de steeds groter wordende ongelijkheid, met nu daarbovenop een vuile oorlog in Europa en de bijbehorende aanzwellende vluchtelingenstroom. Bovendien heeft de twee jaar durende pandemie haar sporen op het welzijn van veel leerlingen achtergelaten.

Op school

Genoeg redenen voor ongerustheid, maar een school heeft twee taken die perspectief kunnen bieden voor de leerlingen. Een school kan namelijk een warme omgeving bieden waarin de leerlingen zich thuis voelen. En een school kan goed onderwijs bieden, wat kan leiden tot hoopvolle ontwikkelingen in de wetenschap. Van dat laatste zullen we het nu moeten hebben – dat hebben WOII en de pandemie wel bewezen.

“In dit voorstel heeft de docent de regie.”

Hieronder ga ik een voorstel doen voor hoe een school zich flexibeler en wendbaarder kan opstellen tegenover de genoemde, te verwachten ontwikkelingen. En voor de duidelijkheid: dit gaat over hoe een school zich kan organiseren, niet over het onderwijs in het algemeen, dat is mijn vak niet. (Hier wat voorbeelden uit de praktijk.)

Maar eerst

Ik was vijfentwintig jaar mediathecaris op een middelbare school met circa 800 leerlingen. (Hier meer.) In 2004 besloten de docenten, de schoolleiding en ik dat de leerling-computers in de mediatheek geplaatst gingen worden, in verschillende ruimtes die onderling al dan niet met elkaar verbonden konden worden. Omdat sommige van die ruimtes regelmatig niet voor de computers gebruikt werden, konden ze ook als studie-, stilte- (of zelfs als vermaak-) ruimte ingezet worden. Dat alles per uur verschillend, want dat is het onderwijs ook.

Technologie

In Nederland werd bij de invoering van technologie (ICT) voor de middelbare scholen meestal gekozen voor de optie ‘Bring your own device’. Maar zonet heb ik beweerd dat in mijn voorstel de docent de regie heeft; is het dan niet raar dat veel leerlingen in hun leslokaal een apparaat bij de hand hebben dat hen kan afleiden?

Het punt met technologie en het onderwijs is dat de computer voor de ene leerling op een bepaald moment goede leermogelijkheden zal hebben en dat op een ander moment een les van de docent een veel betere optie is. De enige die hierover uitsluitsel kan bieden is de docent, omdat dit per leerling en per moment verschilt.

Leraar in de klas

In dit voorstel heeft de docent de regie. Ik pleit ervoor dat de docent de mogelijkheid krijgt op enig moment een bepaald deel van de klas (dat was – in mijn ervaring – meestal het deel dat voorliep op de rest) naar de mediatheek te sturen om te werken aan een gerichte opdracht. De meerwaarde van dit voorstel is dat de docent zich in het lokaal tot de resterende leerlingen kan richten op het geven van les, zoals alleen zij of hij die kan geven. Daar kan geen computer tegenop omdat de docent de leerling kent.

Reuring onder de leerlingen

Natuurlijk is het zo dat leerlingen, vooral in groepsverband, heel storend gedrag kunnen vertonen. In dat geval is het begrijpelijk dat een docent tijdelijk van zo’n groep leerlingen af wil en die groep naar de mediatheek stuurt. Die leerlingen hebben de neiging dat gedrag voort te zetten en die verwees ik naar een ruimte waar zich meer leerlingen bevinden die vooral lol willen hebben. (NB., een tweede klas-leerling die vooral lol en spelletjes wil kan heel goed in de zesde klas een voorbeeldige, hardwerkende leerling zijn.)

“Zoals een docent de regie heeft over een klas, zo zal de mediatheek onder leiding moeten staan van iemand die het respect van de leerlingen heeft.”

Iets anders is dat een docent en een leerling in een discussie kunnen belanden die uit de hand dreigt te lopen; als zo’n leerling dan het lokaal uitgestuurd wordt en naar de mediatheek gaat, was het mijn ervaring dat die leerling dat (blijkbaar conflictueuze) gedrag niet voortzette in de mediatheek en in plaats daarvan na de clash met de docent tot rust kwam.

De mediatheek

Zoals een docent de regie heeft over een klas, zo zal de mediatheek onder leiding moeten staan van iemand die het respect van de leerlingen heeft en kan regelen dat alle leerlingen er ongestoord kunnen leren. Deze persoon moet ook in één oogopslag kunnen zien of leerlingen naar de mediatheek komen voor de lol of om te leren, want die beide soorten leerlingen moeten – als het even kan – niet met elkaar in contact komen in de mediatheek. (Het is geen leerplein!). Het lijkt me ook duidelijk dat het niet raadzaam is de mediatheek onder steeds weer andere leiding te laten draaien.

Wat ik nog niet genoemd heb en wél heb ervaren is dat mijn vaste gasten in de mediatheek vaak jongeren waren bij wie het thuis moeilijker te regelen viel: een rustige werkplek of advies op het gebied van literatuur. Van die leerlingen kreeg ik later – na school – veel dank omdat ze, naar eigen zeggen, veel gehad hadden aan de mediatheek .

In het land

Veel nieuwbouwscholen hebben werkplekken of leerpleinen ingericht voor de leerlingen, voorzien van computers. Een voordeel dat een goed geleide mediatheek heeft is dat A. het ongestoord kunnen leren gegarandeerd is en B. er ook jaarlaag-projecten met honderdvijftig of meer leerlingen plaats kunnen vinden, als alle ruimtes met elkaar verbonden worden. Bij die projecten kan het gaan om toetsen, bijles- of examentrainingen. De bijlessen kunnen verzorgd worden door oudere medeleerlingen en de overige activiteiten staan onder leiding van ingeroosterde docenten.

Conclusie

Zoals sommigen bij een naderende weersverandering voelen dat die aanstaande is, zo kunnen wij nu eigenlijk allemaal weten dat we aan de vooravond staan van een grootschalige verandering in Europa.

Wat het onderwijs te doen staat is – zoals altijd – warm en goed onderwijs bieden; technologie biedt nieuwe mogelijkheden, zeker als de mens de inzet ervan bepalen kan. Ik hoop dat mijn voorstellen en ideeën bruikbaar zijn; ik weet ze levensvatbaar zijn.


Lees meer uit de serie De Netwerkmaatschappij:

» Deel 33: Een geluk bij een ongeluk
» Deel 32: Het is de tijd
» Deel 31: Wat wij zagen
» Deel 30: Deze revolutie
» Leugen & waarheid

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.