De Netwerkmaatschappij, deel 47: In wetenschap geworteld

vrijdag 15 december 2023

Namen als Bill Gates en Steve Jobs kennen we allemaal. Die (zaken-)lieden kennen we grote verdiensten toe, maar als we gaan kijken welke mensen de afgelopen tientallen jaren werkelijk hebben vormgegeven dan komen we op heel andere namen uit.

Om het tienjarig bestaan van deze blogserie te vieren ga ik een poging doen die namen hieronder wél te noemen.

De aanleiding

Een boek waarmee voor mij de geschiedenis van de Netwerkmaatschappij begon is The Rise of the Network Society van Manuel Castells, dat vijfentwintig jaar geleden uitkwam. Om het jubileum van dit belangrijke boek te vieren, zijn er veel artikelen geschreven en vragen opgeworpen door collega-sociologen. Eén van die vragen: hoe kan het dat sociale media, waar zulke optimistische verwachtingen voor waren, ons zo hebben teleurgesteld? Voor mij is die vraag een reden om niet alleen de meest voor de hand liggende wetenschappers te raadplegen, maar juist ook historici, juristen en kunstenaars.

Het begin

Het begin van dit verhaal laat zien dat de digitale revolutie in de wiskunde is geworteld. In 1936 kwam het essay On Computable Numbers van Alan Turing uit, dat als handleiding diende voor computers die daarna werden gebouwd. In de jaren ’40 en ’50 werden de eerste computers daadwerkelijk gebouwd. Vanaf de jaren ’50 deed de robot zijn intrede in onze populaire cultuur en vervielen veel banen door automatisering. In 2005 muntte de Raad voor Cultuur de term ‘mediawijsheid’. Want ‘burgers zouden zich bewust, kritisch en actief moeten kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’, om de definitie te parafraseren.

Misschien is het doel van technologie niet om ons te veranderen, maar om ons het inzicht en de mogelijkheid te geven om onszelf te veranderen.

Even later ontstond er een kritische houding – ook van deskundigen – over de richting waarin de door de tech-industrie gedomineerde bedrijven de leiding namen over technologische ontwikkelingen. Computerwetenschapper Jaron Lanier schreef in 2010 in You Are Not a Gadget: “Technologiebedrijven hebben zich een machtspositie toegeëigend waar een kerk of een overheid jaloers op zou kunnen zijn. Kijk maar welke positie Facebook,” – destijds het grootste sociale medium, – “zich de afgelopen jaren heeft verworven: het bepaalt dat politici alles kunnen beweren en neemt een zogenaamd neutrale positie in omdat het geen informatie-/communicatievoorziener zou zijn maar een ‘techbedrijf’. Die term is in dit geval een dekmantel om verantwoordelijkheid te ontduiken.”

In de periode 2010 tot 2020 zijn er tal van alternatieve organisaties en tegenbewegingen opgericht die de door Big Tech aangezwengelde ontwikkelingen kritisch (blijven) volgen. Een boek dat de inmiddels steeds meer benarde positie van de mens wereldwijd belicht is Free Speech van historicus Timothy Garton-Ash dat in 2016 verscheen. Vrijheid van meningsuiting is het basisprincipe waarop andere vrijheden zijn gebaseerd, het is vastgelegd in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Een overzicht van de stand van zaken wat betreft de vrijheid van meningsuiting wereldwijd vind je hier.

Vergeven van netwerken

Tot zover: we kunnen vaststellen dat de mens wereldwijd in de greep raakt van autoritaire leiders. Er is geen causaal verband te leggen tussen deze ontwikkeling en voortschrijdende technologie, er is wel sprake van correlatie. Vanaf hier heb ik het graag over voortschrijdend inzicht over hoe de wereld om ons heen functioneert.

Zo laat het boek Ways of Being van James Bridle zien dat de natuur al heel lang vergeven is van de netwerken. De mens bleef lange tijd achter, maar er zijn mogelijkheden. Bridle: “Misschien is dit wel de politieke rol van Kunstmatige Intelligentie: om ons te waarschuwen voor de gevaren van het proberen te scheiden en te onderdrukken van andere wezens en om ons te wijzen op een beter pad. Misschien is het doel van technologie niet om ons te veranderen, maar om ons het inzicht en de mogelijkheid te geven om onszelf te veranderen.”

Eén van de paradoxen van de digitaal verbonden wereld is dat bijna iedereen gelijkgestemden kan vinden die hun wereldbeeld delen, genoeg voor een levensvatbare politieke gemeenschap.

Hieronder tonen een jurist en een politicoloog aan dat de mens wel de instrumenten in handen heeft voor een betere wereld, maar tot nu nalaat die in te zetten.

Jurist Jamie Süsskind, The Digital Republic: de schrijver laat zien dat veel digitale ontwikkelingen nog geen plek hebben gekregen in het juridisch systeem. “Een voorbeeld: de meeste landen hebben lang geleden wetten ingevoerd om mensen te beschermen tegen intimidatie. Deze wetten waren gericht op fysieke stalking of bedreiging. Maar naarmate het internettijdperk zich ontvouwde, waren deze wetten steeds minder in staat om online intimidatie aan te pakken, wat verschilt van offline intimidatie. Niemand had besloten om intimidatie te verbieden, maar technologie maakte nieuwe vormen van intimidatie mogelijk – en de oude wet verouderde verder.”

Politicoloog Mark Leonard, directeur van de Europese Raad voor Buitenlandse betrekkingen schreef in The Age of Unpeace: “Een van de paradoxen van de digitaal verbonden wereld is dat bijna iedereen gelijkgestemden kan vinden die hun wereldbeeld delen, genoeg voor een levensvatbare politieke gemeenschap (of een partij). Hoe meer verbonden de wereld is, hoe meer gefragmenteerd. En connectiviteit geeft elk van deze “partijtjes” redenen om jaloers te zijn, bang te zijn en met elkaar in conflict te komen. In die zin leidt deze ontwikkeling tot groeiende conflicten binnen naties.”

Tot slot

De ontwikkelingen van de afgelopen tientallen jaren wereldwijd geven redenen tot zorg, maar er is ook hoop. Technologie, die niet ten gunste van, maar ten koste van de mensheid werd ingezet, laat zich sinds kort in de kaarten kijken: hoogleraar Felienne Hermans heeft namelijk niet alleen een manier gevonden om programmeren in ons onderwijs te integreren, ze heeft ook een manier gevonden om lessen in dat vak eenvoudiger te maken.

Roeland Smeets

Conclusie

Wetenschap is de enige plek waarin de wereld zodanig verbeeld kan worden dat verandering niet alleen zichtbaar, maar ook realiseerbaar is. In de illustratie hiernaast staan wetenschappers afgebeeld met een zaklantaarn die delen van de ons bekende werkelijkheid beschijnen. Hoop zit er in het feit dat deze wetenschappers nu nog slechts een deel van de werkelijkheid beschijnen.

Lees meer uit de serie De Netwerkmaatschappij

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.