Hoe leer je gewone burgers, mbo-studenten en hbo-studenten om zelf grip te krijgen op nepnieuws en desinformatie in hun eigen buurt, klas of nieuwsstroom? Dat is de vraag die centraal staat in het hoofdstuk “Getting a Grip on Disinformation: From Distrust to Trust within Learning Communities” van Deike Schulz, Joyce Kerstens en Dustin Sajoe (NHL Stenden), in de bundel Securing Democracies van Cambridge University Press.
De onderzoekers volgden een jaar lang drie Friese leergemeenschappen die, ieder op hun eigen manier, leerden om desinformatie te herkennen, te onderzoeken en te weerleggen. Voor Netwerk Mediawijsheid is dit een concreet, praktijkgericht antwoord op de vraag hoe je weerbaarheid tegen desinformatie niet van bovenaf onderwijst, maar van onderop laat groeien.
Het project De Pit
Tussen september 2022 en september 2023 liep in de Friese regio het pilotproject De Pit. Drie onafhankelijke groepen gingen aan de slag met hetzelfde vraagstuk, maar op heel eigen wijze:
- Bibliotheek Drachten
- een aantal buurtbewoners van 30 tot 60 jaar, onder wie een gepensioneerd journalist en een ICT-specialist, die geruchten en desinformatie in hun eigen buurt onderzochten, van drukte op het water tot loze buurtroddels.
- NHL Stenden
- hbo-studenten (23-27 jaar) die met OSINT-tools (open source intelligence) desinformatie en oorlogspropaganda rond de Russisch-Oekraïense oorlog analyseerden.
- Firda School
- mbo-studenten media-redactie (16-18 jaar) die, samen met hun docent, onderzoek deden naar een thema dat hén raakte (armoede en specifiek menstruatiearmoede op hun eigen school).
Die diversiteit was bewust. De onderzoekers wilden juist testen of er één “silver bullet” bestaat om desinformatie tegen te gaan, of dat groepen met verschillende achtergronden, leeftijden en digitale vaardigheden vanzelf tot eigen, uiteenlopende oplossingen komen.
Een vernieuwende methode
In dit onderzoek werd gebruik gemaakt van het Institutional Analysis and Development (IAD) raamwerk, oorspronkelijk ontwikkelt door Elinor Ostrom (1990) om onderzoek te doen naar ‘Commons’ en zelfbestuur van gemeenschappen. Het IAD-raamwerk werd in een vernieuwede context toegepast om de verschillende learning communities te analyseren en te begrijpen hoe de deelnemers samenwerken, communiceren, onderzoek doen en gezamenlijk afspraken maken en rollen bepalen.
Geen kant-en-klare oplossing
Die ene silver bullet blijkt niet te bestaan. De bibliotheekgroep werkte laagdrempelig en analoog. De buurtbewoners gingen letterlijk de straat op om verhalen te checken, zonder vast protocol (“we gaan de buurt in en luisteren”). De hbo-studenten leerden juist digitale onderzoeksvaardigheden zoals reverse image search, gebruik van VPN’s en TOR browsers en het onderzoeken van sentiment op sociale media met gebruik van OSINT-tools. De mbo-studenten kozen voor persoonlijke interviews en verwerkten hun bevindingen in een podcast, met een tastbaar resultaat, namelijk gratis menstruatieproducten op elke verdieping van hun school.
Wat de drie groepen wél gemeen hadden, is minstens zo interessant. In alle gevallen bleek vertrouwen de sleutel. Dat was vertrouwen tussen deelnemers onderling, vertrouwen in de begeleider of coördinator en vertrouwen van de mensen die ze interviewden. Ook kwam in elke groep de vraag terug of en hoe bevindingen gedeeld moesten worden. Er ontstond een spanningsveld tussen transparantie en het beschermen van de mensen die hun verhaal deelden. In de bibliotheekgroep leidde dit dilemma er zelfs toe dat twee deelnemers afhaakten omdat zij het oneens waren met de keuze om niet te publiceren.
Een roadmap voor nieuwe initiatieven
Op basis van de drie cases ontwikkelden de onderzoekers een praktische roadmap voor wie zelf zo’n leergemeenschap wil opzetten, met vijf bouwstenen:
- Community building: investeer in een vertrouwde groep van 8 tot 12 deelnemers, met een coördinator en heldere afspraken.
- Onderwerpkeuze: kies democratisch een onderwerp dat dicht bij de leefwereld van de deelnemers staat.
- Onderzoeksvaardigheden: bied training aan (bijvoorbeeld in OSINT, bronnencheck en online veiligheid), liefst door experts.
- Onderzoek doen: geef ruimte voor een open, veilige manier van samen data verzamelen en analyseren.
- Delen van bevindingen: beslis vooraf, samen, of en hoe resultaten gedeeld worden.
Vooral dat laatste punt verdient aandacht. In alle drie de gemeenschappen ontstond wrijving rond het delen van bevindingen. De onderzoekers raden aan dit gesprek al bij de start van een project te voeren, niet pas aan het einde.
Dit onderzoek sluit direct aan bij wat Netwerk Mediawijsheid al langer signaleert, namelijk weerbaarheid tegen desinformatie vraagt niet alleen om kennis over nepnieuws, maar om vaardigheden, samenwerking en vertrouwen in de eigen omgeving. De Pit laat zien dat vertrouwde plekken zoals bibliotheken, scholen en hogescholen een unieke rol kunnen spelen als veilige omgeving om die vaardigheden te oefenen. En het bevestigt dat één landelijke aanpak niet voor iedereen werkt. Een buurtbewoner van 55 heeft andere ondersteuning nodig dan een mbo-student van 16.
Bron: Schulz, D., Kerstens, J., & Sajoe, D. (2025). Getting a Grip on Disinformation: From Distrust to Trust within Learning Communities. In S.J. Shackelford, F. Douzet & C. Ankersen (Red.), Securing Democracies: Defending Against Cyber Attacks and Disinformation in the Digital Age (pp. 345–370). Cambridge University Press.
Link naar open access publicatie.

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.