Essay – Autonome mediawijsheid in de strijd tegen tech-manipulatie, Miriam Rasch

dinsdag 7 mei 2024

Wat kunnen we doen tegen de overheersing van de smartphone in bijna alle onderdelen van ons leven? Hoe stel je je teweer tegen algoritmes als die worden ingezet om onze keuzes en denkbeelden te beïnvloeden? De vraag wordt aan het eind van de veelbekeken Netflix-documentaire The Social Dilemma voorgelegd aan de geïnterviewden afkomstig uit de tech-wereld. Hun oplossingen klinken simpel: leg je telefoon weg, doe je notificaties uit, klik niet op aanbevolen video’s en clickbait maar kies zelf, en: geef je kinderen nul schermtijd, hou ze weg van sociale media.

We hebben even daarvoor gezien hoe weinig bruikbaar zulke tips zijn. In een fictionele verhaallijn figureert een familie die probeert een maaltijd samen door te brengen terwijl hun telefoons in een afgesloten kluis liggen. Het lukt ze niet om het één avond vol te houden, sterker nog, al na een paar minuten breekt de jongste dochter des huizes met geweld de kluis open om haar telefoon te pakken.


In de afgelopen jaren is de mediasamenleving en daarmee ook de betekenis van mediawijsheid sterk veranderd. Welke ‘wijsheid’ hebben we nodig om ook de komende jaren bewust, kritisch en actief met media om te kunnen gaan? In aanloop naar de Mediawijsheid Kennisdag 2024 delen filosofen Izaak Dekker, Miriam Rasch en Cees Zweistra hun visie in een drieluik van essays. Deze editie: Miriam Rasch over autonome mediawijsheid. Rasch is filosoof en auteur van onder andere Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme (2020) en Autonomie: een zelfhulpgids (2022).


Naar een autonome mediawijsheid

Het contrast met de adviezen van de tech-molochs is duidelijk, al blijft het in de documentaire zelf onuitgesproken. Je kunt moeilijk van individuen, laat staan jongeren, verwachten dat zij met een paar makkelijke ingrepen hun afhankelijkheid van de telefoon en alles wat daaraan vastzit verminderen. De groepsdruk kan zeer hoog zijn, zoals bij het meisje dat de kluis openbreekt om haar ‘snips’ te kunnen versturen.

En dat is niet per ongeluk. De techniek is zo ontworpen dat ze naadloos inspeelt op onze zwakheden, zoals behoefte aan contact en bevestiging. Als je ook nog op diezelfde telefoon cijfers of huiswerk binnenkrijgt, of als je baas verwacht dat je altijd bereikbaar bent, is het begrijpelijkerwijs haast onmogelijk om niet constant het apparaat in het oog te houden.

De grote paradox

Het wijst op wat ik de Grote Paradox van de autonomie in tijden van autonome techniek noem: op één en hetzelfde moment worden we aangesproken als ‘autonome gebruiker’ én wordt onze autonomie willens en wetens ondergraven. Om deze paradox te ontwarren, is een ander begrip van autonomie vereist. Een autonomie die je niet terugwerpt op jezelf en je individuele verantwoordelijkheid, zoals tips en tricks dat doen. Één die ook niet zomaar gerelativeerd of zelfs ontkend kan worden, zoals gebeurt wanneer algoritmes worden ingezet om onze keuzes te beïnvloeden of manipuleren.

Mediawijsheid vraagt bij uitstek om een vorm van autonomie. ‘Wijs’ omgaan met media betekent ook: dat doen als iemand die weet wat ze wil en waar ze staat, die op zichzelf durft te vertrouwen, maar zonder zich op te sluiten in een eigen bubbel of af te wenden van de ander. Hoe krijgen we dat voor elkaar?

Autonomie en wijsheid

Voor de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant was autonomie het menselijk vermogen bij uitstek, dat wat ons tot morele wezens maakt. Hij zag het als een vermogen dat gegrond is in de rede. Het mooie is dat iedereen dit vermogen deelt (in elk geval in theorie, in de achttiende-eeuwse praktijk zat het anders). We hebben het allemaal in ons om autonoom te zijn, het komt er alleen niet altijd uit. Door omstandigheden, doordat we bang zijn om ons uit te spreken, of door gemak, luiheid, zelfverloochening.

Kants rationeel georiënteerde autonomie is een vorm van wijsheid, kun je zeggen. Maar dan wel een wijsheid die opgesloten zit, in het hoofd en in jezelf. Je reageert ermee op de buitenwereld, maar laat je zo min mogelijk door die buitenwereld raken. Daarmee schiet deze opvatting van autonomie tekort als het gaat om de omgang met de media.

Daarbij is immers ook van belang dat we emotioneel worden bespeeld en zelfs psychisch afhankelijk worden gemaakt. Media geven onze vriendschappen en relaties vorm, beïnvloeden ons zelfbeeld, brengen maatschappelijke groepen bij elkaar of spelen ze juist tegen elkaar uit. Dat vraagt om meer dan alleen rationeel nadenken. Je kunt zelfs stellen dat alleen maar zelf oordelen met zo min mogelijk invloeden van buitenaf, je eerder in het vaarwater van complotdenken doet belanden.

We kunnen meer dan we denken

Autonome mediawijsheid moet daarom meer zijn dan een goed gebruik van de rede. Toch leen ik graag Kants inzicht dat we meer kunnen dan we soms denken, maar dat dat vermogen om verschillende redenen in sluimerende staat verkeert. Bijvoorbeeld omdat we vastzitten in een disciplinerende mediaomgeving waar we zelf maar zeer ten dele vat op hebben. Het is niet het een of het ander: we kunnen heel wat én onze omgeving maakt het ons niet makkelijk dat ook te doen. Ik zie het als een democratische opvatting van wat de mens kan, die vraagt om een democratische inzet om dat mogelijk te maken.

Ook als het gaat om mediawijsheid zijn we wijzer dan we soms voorgeven. Neem de tips uit The Social Dilemma: eigenlijk weten we dat natuurlijk wel. Zelfs kinderen zijn in veel gevallen prima op de hoogte. Zoals een van de talking heads zegt: praat met je kinderen over schermtijd en je zult zien dat ze daar heel redelijke ideeën over hebben.

We weten dat het anders moet. Maar waarom lukt het dan niet?

Verschillende niveaus van weten

‘Ik weet het heel goed, maar toch…’ Filosoof Lisa Doeland beschrijft in Apocalypsofie deze reflex in relatie tot klimaatverandering. Ook daarvan weten we heel goed wat we zouden moeten doen, we willen dat ook doen, en lukt het toch niet. De reflex is een afweermechanisme om een pijnlijke waarheid niet onder ogen te hoeven zien, die Sigmund Freud ‘loochening’ heeft genoemd. Die verwijzing naar de psychoanalyse suggereert dat we hier met verschillende niveaus van weten te maken hebben. We kunnen iets op bewust niveau rationeel beseffen en zelfs onderstrepen. Terwijl het op een ander, onderbewust niveau toch niet lukt om het ons ook eigen te maken, te vertalen naar gedrag.

Dat is niet vreemd, als je bedenkt dat inspelen op onbewuste neigingen en gedragingen precies is wat de moderne media en technologie zo goed kunnen. Onderzoekers hebben beschreven hoe apps worden ontworpen om zo verslavend mogelijk te zijn en hoe algoritmes negatieve emoties uitbuiten. In de woorden van ‘De Internethelden’, een informatieve lessenreeks over mediawijsheid: ‘Het Reflexbrein reageert op de vier G’s – Genot, Gewoontes, Gevaar en de Groep.’ En die vier G’s gebruiken de ontwerpers van de technologieën dan ook om ons aan het scherm gekluisterd te houden.

Maar zelfs met deze kennis over hoe we bespeeld worden, lijken we er niet aan te kunnen ontsnappen. De kennis zet zich slechts met heel veel moeite om in (autonome) wijsheid. De disciplinering op onbewust niveau blijkt vaak sterker.

Vier strategieën van de tech-industrie

Het helpt om die verschillende facetten van elkaar te onderscheiden. Mediawetenschapper Joseph Turow beschrijft in The Voice Catchers vier strategieën die de tech-industrie inzet om de consument aan hun producten te binden, die ook iets kunnen vertellen over onze moeilijk te veranderen omgang met technologie:

  1. De spiraal van personalisatie – marketing wordt steeds meer toegespitst op de individuele gebruiker
  2. Verleidelijke surveillance – producten worden aangeprezen als gemakkelijk en comfortabel, waarvoor ze alleen wel even moeten inbreken op je privacy
  3. Gewenning (‘habituation’) – het product wordt een onmisbaar onderdeel van het dagelijkse leven
  4. Berusting (‘resignation’) – de tech-industrie stuurt expliciet aan op gelatenheid, ‘het kan nu eenmaal niet anders’

Met elke strategie zinkt de technologische toepassing verder in het bewustzijn weg, tot we haar zonder nadenken gebruiken. Uiteindelijk leggen we ons erbij neer dat het is zoals het is en kunnen we ons niet voorstellen dat we ooit nog zonder zouden kunnen.

Turow schrijft over technologie gericht op stemherkenning, maar deze ontwikkeling is ook in andere contexten te herkennen. Bijvoorbeeld bij de inzet van technologie in het onderwijs, waar de vier strategieën allang doorlopen lijken; van de belofte van personalisatie tot de berusting dat het niet ander kan. Een belangrijke vraag is echter: heeft mediawijsheid nog wel zin als berusting is ingetreden? Of moet mediawijsheid beginnen met een omwenteling van deze vier strategieën, te beginnen bij de berusting?

Stappen richting autonome mediawijsheid

Onderdeel van berusting of gelatenheid is een gebrek aan verbeelding. ‘Het kan nu eenmaal niet anders’ werkt even verlammend als ‘Ik weet het best, maar…’. Dan is het fijn om te bedenken dat we niet bij het begin hoeven te beginnen. We weten al heel veel en kunnen meer dan we denken. Maar daarvoor moeten we eerst de vier strategieën die Turow beschrijft omkeren. Dat is vooral een systemische opgave, maar ook een van onszelf.

De eerste stap in een autonome mediawijsheid is dan ook het doorbreken van het idee dat het niet anders kan. Dat idee is misschien vooral genesteld in een onbewust gevoel, en het is cruciaal om dat te onderkennen. Kunnen we deze berusting doorbreken en naar de oppervlakte brengen? Berusting (of ‘resignatie’) heeft, bekeken door de lens van autonomie, ook de betekenis van ‘stoppen’: the great resignation verwijst naar de beweging tijdens en vlak na de pandemie om je baan op te zeggen en iets anders te gaan doen. Het leven in te richten op eigen voorwaarden.

Zo’n weigering, een moment van frictie, die de geautomatiseerde omgang met technologie doorbreekt en dus de-automatiseert, schept de mogelijkheid voor iets nieuws. Want hoe moet het dan wel? Dan gaat het niet alleen om notificaties uitzetten en de telefoon in de tas laten zitten. Maar ook om te bekijken wat het is dat we (terug) willen en hierin autonome te keuzes maken.

Dat is gerelateerd aan de derde strategie. Welke nieuwe gewoontes, en dus gewenning, willen we aanleren? Bijvoorbeeld: aandacht en concentratie, gezamenlijk lezen, de natuur leren kennen, luisteren naar de ander. We kunnen nieuwe gewoontes oefenen, die zich op den duur zullen inkrassen tot op een onderbewust niveau.

De strategie van de verleidelijke surveillance is misschien wel het moeilijkst te doorbreken, omdat die zo sterk inspeelt op onze zwakheden. Het verlangen naar comfort en naar bescherming, beide geboden door een app die jou zowel bedient als kent. Wat kan mediawijze autonomie hiertegenover zetten? Dan gaat het denk ik om twee dingen: het leren kennen van de genoegens van het scheppen en het maken. En het kweken van zelfvertrouwen en zelfkennis. Opnieuw: een stap van het onbewuste naar het bewuste niveau.

Daarmee komen we bij de eerste strategie. Juist als we sterker in onze schoenen staan, zullen we uit de bubbel van personalisatie durven stappen. Dat kan eerst leiden tot een meer ouderwets begrepen autonomie: laat ieder zelf bedenken wat goed voor hem is. Maar het doorbreken van personalisatie vraagt er vooral om uit de bubbel van het zelf naar de ander toe te stappen, de wereld in. Hoe kun je anders weten wie je zelf bent, waar je vandaan komt of naartoe wilt? En hoe moeten we anders uit de koker van individuele verantwoordelijkheid breken, waar de techbedrijven ons in gevangen houden?

De deugd van het luisteren

Al deze stappen kunnen we zelf ondernemen, maar moeten zoals gezegd ook vertaald worden in infrastructuur. Dat gaat niet alleen over welke technologie wel of niet gebruikt wordt, waar of wanneer, maar ook over het waarom. Hoe willen we eigenlijk dat er met media om wordt gegaan? Welke vorm zou autonoom handelen aan moeten kunnen nemen? En hoe kunnen we zorgen dat de maatschappij dat dan ondersteunt? Dat is nooit alleen maar een individuele zaak. Voor het maken van een democratische vuist en voor het bepalen van de richting daarvan, heb je de ander nodig.

Dat kan op kleine schaal beginnen, bijvoorbeeld in een werk- of onderwijssituatie. Door vragen te stellen: Wat heb jij nodig om goed met media om te gaan? Wat betekent autonomie voor jou? Wat is wijsheid? Het verschil met de geïndividualiseerde aanpak van de detox – zet je notificaties uit, breng je schermtijd omlaag – is dat dit het begin is van een gesprek. Op het stellen van de vraag volgt dan ook: luisteren naar het antwoord.

Remco Pijpers brengt in Slowing social media de deugd van het luisteren naar voren, als het gaat om mediawijsheid. In plaats van steeds de nadruk te leggen op het zenden, delen, je mening te vormen en verkondigen, zou mediawijsheid ook een meer ‘passieve’ kant moeten onderkennen. Daarin staan luisteren, aandacht en betrokkenheid centraal. Immers, de (sociale) media sturen steeds aan op spreken, op actieve deelname, en dat is nu juist een deel van het probleem.

Twijfel, nieuwsgierigheid, een open houding zijn al een soort vormen van verzet. We weten namelijk ook minder dan we denken, hoeveel kennis en informatie we ook mogen bezitten. Wijsheid, anders dan kennis en informatie, houdt ook in: weten wat je niet weet en dat je niet alles weet. Dat je elkaar nodig hebt om tot weten te komen, dat niet-weten de bron van nieuw weten kan zijn.

We weten het best, maar…

Net zoals je voor autonomie grenzen nodig hebt – anders is er vooral sprake van richtingloze willekeur – vraagt zo’n gesprek opnieuw om een infrastructuur die het mogelijk maakt. Cynici kunnen opmerken dat dit een kip-en-ei-kwestie is: we willen tijd en ruimte scheppen om een nieuwe verhouding tot technologie vorm te geven, maar om die tijd en ruimte te krijgen moeten we eerst onze verhouding tot de technologie veranderen. Herkennen dat dit een argument van loochening en resignatie is, is een eerste stap om het te weerleggen. We zijn er al van overtuigd dat het anders moet. We hebben al de kennis hoe het anders kan. We bezitten het vermogen om het ook te doen. We weten het best, maar…

Dat ‘maar’ moeten we achterwege laten. Alles wat je nodig hebt is er al. Het komt er vooral op aan te beginnen.

Bronnen:

 

Reacties 1

  1. Roeland Smeets

    Op de zin: “het doorbreken van personalisatie vraagt er vooral om uit de bubbel van het zelf naar de ander toe te stappen, de wereld in”, wil ik graag reageren.
    Op het ogenblik stappen nu veel mensen “de Wereld in”, bijvoorbeeld door te protesteren tegen het systematisch afslachten van mensen in Gaza, of door terecht de manier waarop we niet omgaan met klimaatverandering aan de kaak te stellen.
    Voorlopig ziet er niet naar uit dat deze terecht verontwaardigde mensen iets zullen bereiken. Want de meerderheid van de mensen heeft andere dingen aan het hoofd: of deze poging om een kabinet te formeren zal slagen, biivoorbeeld.
    Vergeleken met de eerder beschreven problemen is die kabinetsformatie een lachertje, echt iets voor poppenhuis Nederland.

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.