Essay – Is de toekomst van mediawijsheid empathie-gedreven? Cees Zweistra

woensdag 15 mei 2024

De ontwikkeling van het begrip mediawijsheid heeft door de tijd heen gelijke tred gehouden met de stand van technologische ontwikkelingen en het brede spectrum van maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen waarin we staan. Dat is logisch. Media zijn immers onze toegangspoorten naar de samenleving. Daarom heeft mediawijsheid de kwaliteit van de dynamiek tussen media, onze verhouding tot die media en maatschappelijke uitdagingen steeds kritisch gevolgd. In de ontwikkeling van een blik op de toekomst van mediawijsheid is het daarom goed na te gaan waar we vandaan komen. 

In de afgelopen jaren is de mediasamenleving en daarmee ook de betekenis van mediawijsheid sterk veranderd. Welke ‘wijsheid’ hebben we nodig om ook de komende jaren bewust, kritisch en actief met media om te kunnen gaan? In aanloop naar de Mediawijsheid Kennisdag 2024 delen filosofen Izaak Dekker, Miriam Rasch en Cees Zweistra hun visie in een drieluik van essays. Deze editie: Cees Zweistra, filosoof, schrijver en docent verbonden aan de Erasmus Universiteit en keynote spreker op de Mediawijsheid Kennisdag op 28 mei.

Het begrip mediawijsheid

De huidige definitie van mediawijsheid stamt uit 2005. In dat jaar bracht de Raad voor Cultuur een rapport uit over burgerschap in een gemedialiseerde wereld. Door een terugtredende overheid werden er nieuwe, eigen verantwoordelijkheden van burgers verwacht en het idee was dat de opkomende media van die tijd konden helpen bij het vormgeven van die verantwoordelijkheden. De ‘nieuwe burger’, zoals die werd genoemd, was mondig geworden en in staat z’n zaakjes zelf te regelen zonder tussenkomst van overheid, winkeliers en de gevestigde instituten van de geschreven pers. Wel was het nodig om een vorm van mediawijsheid te ontwikkelen zodat een nieuwe digitale kloof voorkomen zou kunnen worden.

Media-educatie en de digitale kloof

De oude kloof werd eind jaren ’90 voorzien. In de tijd van opkomende personal computers, printers en scanners maakte men zich zorgen over een groep die snel handig zou worden in het gebruik van deze technologieën en een groep achterblijvers. Dat zou gelijke kansen op de arbeidsmarkt verstoren en daarom werd het begrip media-educatie in het leven geroepen. In het kielzog hiervan werden begin jaren 2000 verschillende initiatieven ontplooid om de digitale kloof te dichten, zoals de inrichting van zogeheten ‘digitale trapvelden.’ Dat waren ruimtes in wijken en dorpen waar mensen met elkaar oefenden in het gebruik van computers en printers. Als bijvangst zouden de trapvelden een bijdrage leveren aan de sociale cohesie in een wijk of dorp.

Mediawijsheid en de nieuwe digitale kloof

Media-educatie had min of meer de status van een rijbewijs. Je moest kunnen omgaan met computers zoals je een auto bestuurt. Mediawijsheid gaat echter verder. Het is niet per se wijsheid in een klassieke, aristotelische zin. Dat is een soort trial-and-error route naar het juiste midden tussen twee extremen met als doel het bereiken van menselijk geluk. Mediawijsheid in z’n oorspronkelijke vorm is instrumenteler. Het betreft een combinatie van kennis, vaardigheden en de juiste mentaliteit met het doel burgers klaar te stomen om hun rol te pakken in partnerschap met de beschikbare media. Zo zou de nieuwe kloof die in 2005 werd voorzien worden voorkomen. De kloof tussen kansarme mediaconsumenten en actieve gebruikers en producenten van media.

2005: Online media als partners

De opvatting van mediawijsheid in 2005 ging ervan uit dat mensen en media min of meer gelijkwaardige partners zijn. De media zijn er en de kansen liggen voor het oprapen. Wat vervolgens nodig is om die kansen te benutten, is een vorm van wijsheid. Er werd in 2005 gesproken over het scheppen van onszelf via webpagina’s en het bouwen van virtuele gemeenschappen zoals je praat over het bouwen van een huis met behulp van stenen, cement en hout. In het toenmalige tijdsgewricht is dat te begrijpen.

‘Ongeveer 20% van de bevolking had in 2005 nog nooit gebruik gemaakt van internet en de rest ‘ooit wel eens”

Ongeveer 20% van de bevolking had in 2005 nog nooit gebruik gemaakt van internet en de rest ‘ooit wel eens.’ Het was nog maar zeer de vraag of het ons zou lukken de kansen te benutten van online media, toen nog een ontwikkeling in opkomst. Inmiddels is de situatie anders en met dat veranderende klimaat is de effectieve toepassing van mediawijsheid sinds 2005 veranderd. Dat ligt voor de hand als je kijkt naar de technologische ontwikkelingen sindsdien.

Het einde van het partnerschap

In 2022 gebruikte 89,5% van de bevolking het internet dagelijks en vrijwel iedereen gebruikt een of meer van de online socialemedia-toepassingen die in 2005 nog helemaal niet bestonden. En als we dat ooit al zijn geweest, zijn we inmiddels niet langer gelijkwaardige partners.

‘Wij zijn geen gebruikers, maar de grondstof. Wij zijn niet het doel, maar het middel’

Veel mensen zijn inmiddels problematisch verslaafd aan verschillende internettoepassingen. Een nog grotere groep is misschien niet verslaafd, maar wel ongelukkiger door hun vele gebruik van sociale media. Dat we er desondanks niet mee kunnen of willen stoppen is te wijten aan de vele verslavingsmechanismen die zijn ingebouwd in Netflix of TikTok. De verslavingsmechanismen zijn niet toevallig, maar bewust onderdeel van de commerciële architectuur van online media, waarmee een nieuw stadium in het kapitalisme is aangebroken dat door de Amerikaanse auteur Zoshanna Zuboff  is omschreven als ‘surveillance capitalism’ (Zuboff, 2019). In dit economische paradigma zijn wij geen gebruikers, maar de grondstof. Wij zijn niet het doel, maar het middel.

Verschuivingen in de toepassing van het begrip mediawijsheid

De feitelijke toepassing van mediawijsheid is daarom sinds 2005 ingrijpend veranderd en in lijn gebracht met de veranderde machtsverhouding in onze relatie tot online media.

De vraag is tegenwoordig niet meer hoe we met online media vorm kunnen geven aan ons burgerschap, maar vooral hoe we kunnen omgaan met de media zelf.  Dat zijn immers niet langer vanzelfsprekende partners, maar in toenemende mate juist obstakels die in de weg staan van het leiden van een gelukkig leven. En daar zit een tweede verschuiving in de toepassing van mediawijsheid sinds 2005.  Van de vraag hoe media kunnen helpen bij het vormgeven van ons burgerschap in de samenleving, is mediawijsheid inmiddels vooral gericht op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat media gunstig uitpakken voor ons. Het idee is namelijk dat media ons gelukkiger kunnen maken, gezond houden of helpen bij het vinden van een prettige baan. Maar dan wel als we voldoende mediawijsheid hebben.

‘Het idee is dat media ons gelukkiger kunnen maken, gezond houden of helpen bij het vinden van een prettige baan. Maar dan wel als we voldoende mediawijsheid hebben’

In deze opvatting ligt minder de nadruk op de vraag hoe je met de media om je heen actief verantwoordelijkheid kunt nemen. Voor anderen, voor de online wereld en ook de wereld daarbuiten. In dat opzicht ligt het accent minder op burgerschap en meer op een vorm van verantwoord consumeren – de zoektocht naar een ‘digitale balans.’

Echter tekenen zich nu ook de contouren af van een nieuwe invalshoek op mediawijsheid.

De toekomst van mediawijsheid

Na de focus op het zoeken naar een ‘digitale balans’ is er ‘een laag bij gekomen’. Daarin is de vraag aan de orde hoe we met ons mediagebruik (positieve) impact kunnen hebben op anderen en de wereld waarin we staan. In zekere zin is de vraag naar burgerschap in relatie tot media daarmee terug op de agenda van mediawijsheid.

Dat is een ontwikkeling die past bij de actuele uitdagingen waar sociale media ons voor plaatsen, maar ook bij de opstapeling van maatschappelijke crises. Die vragen immers om burgers die zich maatschappelijk bewust en geëngageerd opstellen, waarbij we media kritisch kunnen en moeten bevragen op de wijze waarop zij helpen bij het ontwikkelen van de houding en attitude die daarbij past. Media zijn immers niet bedoeld om ons in onszelf op te sluiten, maar juist om te bemiddelen bij het contact met de wereld waarin we staan.

Tegen de achtergrond van de al ingezette beweging van mediawijsheid anno nu wil ik daarom een aantal lijnen voorstellen waarbinnen de toekomstige ontwikkeling van mediawijsheid zich verder zou kunnen gaan concretiseren.

Mediawijsheid kan meer dan nu het geval is ketengericht zijn, meer holistisch in de benadering van media, en meer kritisch wat betreft het doel van mediawijsheid. De invulling van deze aandachtsgebieden zal uitmonden in een schets van wat het zou kunnen betekenen om burger te zijn in de gemedialiseerde wereld van vandaag.

‘Mediawijsheid kan meer dan nu het geval is ketengericht zijn, meer holistisch in de benadering van media, en meer kritisch wat betreft het doel van mediawijsheid’

Ketenbenadering

In de eerste plaats ligt het accent bij mediawijsheid nu te veel op de competenties die het individu moet hebben om het beste te maken van de media in zijn omgeving. Dat is een te zware eis in het licht van de verstoorde machtsbalans. Er bestaat verschil van inzicht over de precieze verslavingskracht van sociale media, maar dat die verslaving er is staat niet echt ter discussie. Mediawijsheid kan daarom niet alleen gaan over gebruikers, maar moet de hele keten beslaan van ontwikkelaars, beleidsmakers en politici die betrokken zijn bij keuzes rond ontwikkeling en toepassing van media.

In het ontwerp worden immers keuzes gemaakt voor toepassing van verslavingsmechanismen waar geen enkele notie van individuele wijsheid tegenop kan. In de toepassing en het beleid rond media op scholen en breder in de samenleving moet voorts rekening worden gehouden met de kennis die we nu hebben over verslaving rond media, maar ook met de overige negatieve invloeden van media-gebruik waar inmiddels veel meer kennis over beschikbaar is. Dat brengt me bij een tweede aandachtsgebied.

Holistische benadering van media

In de praktijk van mediawijsheid gaat het vooral over onze relatie tot nieuwe online media. Tegelijk is er steeds meer bekend over de schade van nieuwe media en de vergeten waarde van oude, low-tech en offline media. Een meer holistische benadering van het begrip media houdt daar rekening mee. Zo weten we inmiddels dat het lezen van boeken meer is dan een elitaire hobby die is overgenomen door streamingdiensten zoals Netflix. Het lezen is een vaardigheid die we ontwikkelen door te lezen, en wanneer we dat afleren missen we niet alleen plezier, maar ook een werkplaats voor het aanleren van empathische vaardigheden en het doorgronden van complexiteit.

Datzelfde geldt voor het fysieke gesprek. Ook dat is geen medium dat in verbeterde vorm is overgenomen door whatsapp, maar een vaardigheid die we aanleren door de confrontatie aan te gaan met fricties. Die komen we tegen in fysieke situaties waar we controle uit handen hebben gegeven. Door de confrontatie met fricties aan te gaan leren we het aan om buiten ons eigen perspectief te stappen. Spreken met anderen is net als lezen een cruciale empathische basisvaardigheid.

‘Het herwaarderen van oude, low-tech media kan soms juist innovatief zijn’

Low-tech, maar innovatief

Een holistische opvatting van mediawijsheid doet daarom ook een poging alternatieve praktijken te ontwikkelen en de waarde daarvan te articuleren. In sommige gevallen kan dat neerkomen op het herwaarderen van oude low-tech media. Dat is niet eenvoudig. Het dogma dat technologische innovatie gelijk staat aan vooruitgang zit diep in de samenleving verankerd. Tegelijk kan het soms juist innovatief zijn om op je schreden terug te keren.

Anderzijds is het evengoed een noodzakelijk onderdeel van een holistische benadering om te zoeken naar een visie van waaruit een relatie ontwikkeld kan worden tot nieuwe media. In die visie zou de vraag centraal kunnen staan hoe we met de media van vandaag vorm kunnen geven aan verantwoordelijk burgerschap, aan de zorg voor het netwerk waar we als mensen onderdeel van zijn.

Dit raakt aan de meer kritische ambitie die mediawijsheid zou kunnen hebben.

Kritische mediawijsheid

Mediawijsheid beweegt zich meer in de richting van de kritische vraag op welke manier we met de media die we hebben een positieve bijdrage kunnen leveren aan de wereld waarin we staan. Dat is een positieve tendens.

We kunnen immers een goede balans hebben in de totale hoeveelheid mediagebruik en toch alleen maar kanalen volgen van finfluencers die ons uitleggen hoe we in vijf stappen een Lamborghini kunnen kopen. Of we geven invulling aan onze maatschappelijke betrokkenheid door het volgen van de kanalen van complotdenkers die vraagtekens hebben bij de klimaatwetenschap. Dat is geen goede ontwikkeling. Media moeten ons juist helpen onze verantwoordelijkheid op te nemen voor de wereld waarin we nu staan. Vanuit die ambitie kunnen we de lat bij de kritische benadering van de media van vandaag hoger leggen en de vraag stellen in hoeverre die media ons bij die opgave helpen.

Kwaliteit van gebruikte media

Dat vraagt dat we maatstaven ontwikkelen om kritisch te zijn op de inhoud van ons mediagebruik. Niet alleen de intensiteit of duur van mediagebruik moet onderwerp van discussie kunnen zijn, ook de kwaliteit ervan. Dat vraagt ambitie en durf in het formuleren van de kaders voor wat het betekent een geëngageerd burger te zijn in de wereld van vandaag. Uiteindelijk is vooral dat waar de discussie rond de toekomst van mediawijsheid over zou moeten gaan. Want hoe belangrijk het ook is dat wijzelf gelukkig zijn, we leven niet alleen voor onszelf, maar zijn onderdeel van een menselijke politieke gemeenschap en een niet-menselijke gemeenschap van dieren, planten en technologieën.

‘In het burgerschap van de toekomst zou empathie centraal moeten staan’

Een notie van burgerschap in 2023 zou kunnen gaan over de vraag hoe we onszelf onderdeel kunnen maken van een netwerk en moet daarom meer omvatten dan de loutere zorg voor ons persoonlijk geluk. Burgerschap zou ook betrekking moeten hebben op verantwoordelijkheid en de zorg voor iets anders dan onszelf. Anders gezegd: in het burgerschap van de toekomst zou empathie centraal moeten staan.

Empathie en nieuw mediaburgerschap

Een nieuwe notie van ketengericht empathisch-gedreven mediaburgerschap kan de recent ingezette ontwikkeling van mediawijsheid concrete handen en voeten geven.

In 2005 betekende burgerschap zelfredzaamheid. In de samenleving van nu weten we onszelf prima te redden, geholpen door de architectuur van online media, maar tegelijk ervaren we dat de samenleving polariseert, groeit de eenzaamheid en wordt meer dan ooit een beroep gedaan op onze verantwoordelijkheid voor de vele crisissen die we het hoofd te bieden hebben. Verantwoordelijkheid gaat niet alleen over eigen verantwoordelijkheid, over zelfredzaamheid, maar juist ook over onze zorg voor iets anders dan onszelf. Verantwoordelijkheid en empathie liggen in dat opzicht in elkaars verlengde. Alleen wanneer we in staat zijn een ander perspectief dan dat van onszelf in te nemen, kan ons verantwoordelijkheidsgevoel voor dat andere groeien.

In de omgang met online media zou daarom de vraag centraal moeten staan hoe we vorm kunnen geven aan empathische vaardigheden binnen een technologische architectuur die deze vaardigheden juist onder druk zet.

Empathie-gedreven mediawijsheid

Nieuwe mediawijsheid moet tegen de maatschappelijke stroom inroeien vanuit een visie op de vraag hoe gebruikers én de keten rond online media met elkaar kunnen vormgeven aan empathisch-gedreven burgerschap in het netwerk van de samenleving. Vanuit die visie ontstaat een gerichte invalshoek van waaruit de keten rond online media en ons mediagebruik kritisch kan worden gevolgd. De maatstaf daarbij is telkens de vraag in welke mate de mediaketen, media zelf en ons individuele mediagebruik helpen of juist afbreuk doen aan het vormgeven van empathisch-gedreven mediaburgerschap, aan het kunnen nemen van de verantwoordelijkheden die we hebben voor het netwerk waar we onderdeel van zijn.

In het onderzoek naar mogelijkheden om online pro-sociaal gedrag (upstandergedrag) te stimuleren wordt al een grote stap in deze richting gezet. Tegelijk is het mitigeren van de negatieve aspecten van online media een kant van de medaille. De kritische begeleiding van online media omvat ook dat we ons afvragen hoe deze media ons nu en in de toekomst actief kunnen helpen bij het adresseren van de grote vraagstukken waar de samenleving voor staat. Het betrokken zijn op iets anders dan onszelf, op medemensen nu en in de toekomst en niet in de laatste plaats onze verantwoordelijke voor niet-mensen, is onderdeel van het empathisch-potentieel dat gerealiseerd zou moeten worden met de hulp van media. Met beloften in deze richting zijn de grote media immers onze wereld binnengekomen en op die belofte moeten we ze steeds kritischer volgen en steeds strenger afrekenen.

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.