Hoe werk je in de buurt aan mediawijsheid en digitale inclusie? En hoe zorg je dat een initiatief echt aansluit bij de mensen voor wie je het bedenkt? Tijdens de online inspiratiesessie Mediawijs in de Buurt van Netwerk Mediawijsheid op 10 september delen een onderzoeker en drie professionals hun inzichten en ervaringen. Van een gezamenlijk lesprogramma en een digitaal dorpsplein tot een laagdrempelige ontmoetingsplek voor mensen die willen werken aan hun digitale vaardigheden.
De inspiratiesessie wordt georganiseerd in het kader van de Stimuleringsregeling 2026: Mediawijs in de Buurt. Met deze regeling ondersteunt Netwerk Mediawijsheid initiatieven die mediawijsheid in de wijk versterken.
Moderator Tewatha Muller gaat tijdens de sessie in gesprek met vier sprekers. Eerst schetst onderzoeker Alexander Smit van de Rijksuniversiteit Groningen het bredere kader. Daarna vertellen Clemens Streng, Réka Deuten-Makkai en Kim Erkens hoe zij in de praktijk werken aan mediawijsheid en digitale inclusie.
Wil je meer weten over de stimuleringsregeling? Op de pagina over de Stimuleringsregeling 2026 van Netwerk Mediawijsheid vind je alles wat je moet weten over de regeling en kun je direct aanmelden.
Geen standaardaanpak voor digitale inclusie
Alexander Smit, postdoctoraal onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet onderzoek naar sociaal-digitale ongelijkheid, basisvaardigheden en digitale inclusie. Zo onderzocht hij hoe mensen met beperkte basisvaardigheden leren in verschillende omgevingen, zoals het onderwijs, bibliotheken, buurthuizen en thuis.
Een belangrijk inzicht uit dat onderzoek: er bestaat geen one size fits all-benadering. Verschillende doelgroepen hebben verschillende behoeften, kansen en barrières. Ook de omgeving waarin je een activiteit organiseert, maakt verschil.
Alexander onderscheidt drie soorten leeromgevingen. In een formele omgeving, zoals het onderwijs, ligt vaak vooraf vast wat iemand leert en op welk tempo. Dat kan goed werken, maar voor mensen met negatieve onderwijservaringen kan het juist een drempel zijn. Een non-formele omgeving, zoals een bibliotheek of taalhuis, biedt vaak meer ruimte voor eigen vragen en tempo. En in een informele omgeving, zoals een buurthuis of thuis, gaat het niet alléén om het leren. Mensen komen er bijvoorbeeld voor een kop koffie of ontmoeting en werken ondertussen ook aan digitale vaardigheden.
Juist zo’n informele omgeving kan volgens Alexander zorgen voor vertrouwen en herkenning. Mensen leren er niet alleen van een professional, maar juist ook van elkaar.
Kijk naar de leefwereld
Welke vorm het beste past, hangt volgens Alexander af van de doelgroep en het doel. Hij waarschuwt daarbij voor labels als ‘laaggeletterd’. Die term suggereert volgens hem een tegenstelling met ‘hooggeletterd’, en daarmee al snel dat de ene groep boven de andere staat. “Mensen die als laaggeletterd worden gelabeld, zijn vaak juist creatief, hebben veel veerkracht en participeren óók in de samenleving. Alleen op hun eigen manier.”
Ook een goedbedoelde interventie kan zijn doel voorbijschieten wanneer die onvoldoende aansluit bij de mensen voor wie hij bedoeld is. Bepaal daarom niet alleen als organisatie wat je wilt bereiken, maar betrek ook de doelgroep. Stem af met de mensen om wie het gaat en blijf met hen communiceren over wat zij nodig hebben en wat je wilt bereiken. Welke behoefte bestaat er? Welke kansen levert een bepaalde digitale vaardigheid iemand daadwerkelijk op?
Niet iedereen hoeft hetzelfde te leren. “Is het überhaupt nodig dat iemand AI leert gebruiken in een hele technische context? Als iemand alleen DigiD wil leren gebruiken en zijn zaakjes op orde wil hebben, wat is daarvoor nodig?”
Online opvoeden doe je samen
Hoe zo’n aanpak vanuit de wijk eruit kan zien, laat Clemens Streng zien. Hij is projectleider digitale geletterdheid en jongerenwerker bij Stichting Jongerenwerk Utrecht (JOU). Clemens is betrokken bij het programma Online Burgerschap in Utrecht Overvecht. Dit najaar start op vier scholen een lessenserie voor groep 6, 7 en 8, verzorgd door jongerenwerkers en bibliotheekmedewerkers. Ook ouders worden actief betrokken.
Aanleiding voor het programma waren vragen rondom de online leefwereld van kinderen die in de wijk binnenkwamen. Scholen, ouders en andere professionals liepen tegen vergelijkbare vraagstukken aan. Verschillende partijen besloten hun krachten te bundelen en samen op te trekken.
Onder meer basisscholen, de Bibliotheek, kinder- en jongerenwerk en een onderwijsadviesbureau werken binnen dit programma samen. Samen beschikken zij over veel kennis en kunde. Bovendien kennen deze partijen de wijk en zijn ze er al actief.
Begin zo klein als nodig
Ook ouders spelen een actieve rol in het lesprogramma. Zo begint de lessenserie met een gesprek met ouders over mediaopvoeding. Niet om te vertellen wat goed of fout is, benadrukt Clemens. Ouders kunnen heel verschillend denken over bijvoorbeeld smartphones en technologie. Het doel is daarom vooral om het gesprek te faciliteren. Later interviewen kinderen hun ouders en wordt de reeks gezamenlijk afgesloten.
Zijn advies aan professionals die zelf zoiets willen opzetten: maak het niet meteen te groot. “Begin zo klein als nodig is, zodat je kunt varen op de energie van de personen en organisaties die er al zijn.”
De kracht van een digitaal dorpsplein
Réka Deuten-Makkai van de Alliantie Digitaal Samenleven neemt de deelnemers vervolgens mee naar Akkrum (Friesland) en Glimmen (Groningen). De Alliantie werkt aan digitale inclusie en probeert daarbij publieke, private en maatschappelijke partijen met elkaar te verbinden. De twee voorbeelden laten volgens Réka zien wat een financiële impuls voor een lokaal initiatief kan betekenen.
In Akkrum ontstond vanuit het dorp zelf het idee voor een digitaal dorpsplein. Via dit platform kunnen inwoners streekproducten bestellen bij lokale ondernemers. De technologie vervangt het lokale contact niet, benadrukt Réka. Als een bekend gezicht de boodschappen thuisbrengt, ontstaat juist een moment voor een praatje of om te vragen hoe het gaat. “Daar draait het om: digitale technologie zo inzetten dat het niet het dorp vervangt, maar juist de menselijke maat en de lokale gemeenschap versterkt.”
Kleine stappen, grote impact
Ook in Glimmen nam de lokale gemeenschap het initiatief. Daar zijn veel voorzieningen verdwenen en werd een dorpsplein ontwikkeld met zowel een digitaal als fysiek aspect. Via een platform komen vraag en aanbod samen, terwijl inwoners ook ondersteuning krijgen bij het gebruik ervan.
Volgens Réka laten de voorbeelden goed zien hoe groot het effect van zo’n financiële impuls kan zijn. “Met een relatief kleine subsidie kun je al een hele grote impact maken.” In combinatie met professionele begeleiding kan zo’n bijdrage een bestaand lokaal initiatief helpen om zich verder te ontwikkelen.
Een plek waar iedereen binnen kan lopen
Het laatste praktijkvoorbeeld komt uit Amsterdam-Oost. Cybersoek werkt daar al 25 jaar aan digitale inclusie. Bewoners kunnen vier dagen per week op meerdere locaties binnenlopen met digitale vragen, maar ook voor bijvoorbeeld informele Nederlandse les of gewoon een kop koffie.
Programmamanager Kim Erkens vertelt dat geduld en een luisterend oor belangrijk zijn. Ook probeert Cybersoek ervoor te zorgen dat bewoners zich herkennen in de mensen die er werken. “Er is altijd wel iemand aanwezig die op jou lijkt”, vertelt Kim. “Ik denk dat dat heel belangrijk is.”
Alle activiteiten zijn gratis. Ook hoeft iemand niet per se met een digitale hulpvraag binnen te komen. “Als jij voor een kopje koffie of praatje binnenkomt, kom je misschien volgende week voor een digitale hulpvraag.”
Meebewegen met wat mensen nodig hebben
Volgens Kim bestaat Cybersoek al zo lang doordat de organisatie blijft meebewegen met wat bewoners nodig hebben. “Wij rollen eigenlijk nooit blind een pad uit waarvan wij denken: zo moet het. We zien een vraag ontstaan en daarmee gaan we aan de slag.” Werkt iets niet, dan wordt de aanpak aangepast.
Zo stopte Cybersoek ooit met een inloopmoment voor vrouwen. Later kreeg de organisatie van een vrouw met een moslimachtergrond het signaal dat zij haar vragen liever stelde als er geen mannen aanwezig waren. Toen bracht Cybersoek de vrouweninloop terug. Inmiddels maken er wekelijks weer zo’n dertig vrouwen gebruik van.
Kim ziet veel in samenwerken met lokale organisaties die hun wijk, bewoners en bestaande netwerken al kennen. Cybersoek kan vervolgens kennis en ervaring delen.
Stimuleringsregeling Mediawijs in de Buurt
Aan het einde van de inspiratiesessie licht Lotte van Aerle van Netwerk Mediawijsheid de Stimuleringsregeling 2026 kort toe. Voor Mediawijs in de Buurt is in totaal € 50.000 beschikbaar. Organisaties kunnen minimaal € 1.000 en maximaal € 10.000 aanvragen.
De regeling is bedoeld voor nieuwe initiatieven, uitbreiding van bestaande projecten of vooronderzoek naar een nieuw idee. Voorwaarde is dat het voorstel met mediawijsheid in de buurt bijdraagt aan een van de vier grote mediawijsheid-opgaven uit het meerjarenplan van Netwerk Mediawijsheid, en iets toevoegt aan het bestaande aanbod.
De bijdrage is eenmalig. Bij de beoordeling wordt onder andere gekeken naar een efficiënte, duurzame en impactvolle besteding van het geld. Ook speelt mee of partners uit het netwerk iets aan de opgedane kennis of resultaten kunnen hebben.
Aanmelden voor de stimuleringsregeling
Wil je meer weten over de stimuleringsregeling? Op de pagina over de Stimuleringsregeling 2026 van Netwerk Mediawijsheid vind je alles wat je moet weten over de regeling en kun je direct aanmelden.
Meer weten over de voorbeelden uit de sessie?
Tijdens de inspiratiesessie kwamen verschillende projecten, interventies en organisaties aan bod. Wil je meer weten of inspiratie opdoen voor je eigen initiatief? Bekijk dan de onderstaande links.

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.