Jongeren volgen nieuws steeds vaker via sociale media. Ze zien op hun tijdlijn veel informatie die van lage kwaliteit, AI-gegenereerd en lastig te checken is. Hoe helpen we hen weerbaar te maken tegen onjuiste of misleidende informatie? Daarover werd gesproken tijdens de online kennissessie ‘Kwetsbaar en krachtig tegen misinformatie: lessen voor een effectieve aanpak met jongeren’ van Netwerk Mediawijsheid op 5 februari 2026. Experts deelden hun kennis, inzichten en handvatten met professionals uit diverse sectoren, zoals onderwijs, GGD’s, bibliotheken en jongerenwerk.
De sessie terugkijken? Dat kan hier!
Moderator Freek Zwanenberg van Bureau Jeugd & Media opent de sessie met een vraag aan de deelnemers: welke voorbeelden van mis- en desinformatie komen zij tegen op hun tijdlijn? Alles komt voor: van neppe nieuwsberichten en influencers die onzin verkopen tot AI-gegenereerde beelden en vrienden die onwaarheden delen. Freek: ‘Het is een uitdaging om nep van echt te onderscheiden. Daarom moeten we jongeren nog bewuster media- en nieuwswijsheid bijbrengen.’
Sociale media als primaire nieuwsbron
Ili Ma, universitair docent Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie aan Universiteit Leiden, onderzoekt de weerbaarheid van jongeren tegen mis- en desinformatie. ‘Binnen dat onderzoek hebben we drie onderzoekslijnen’, vertelt ze. ‘Wat zien jongeren op hun tijdlijn? Hoe vatbaar zijn ze voor mis- en desinformatie en wanneer is informatie overtuigend en geloofwaardig? En welke interventies werken op school?’
Door TikTok- en YouTube-feeds van jongeren te analyseren, ontdekte haar onderzoeksteam dat 95 procent van de video’s die jongeren zien over nieuws, politiek en maatschappelijke thema’s niet van officiële nieuwsbronnen komt. ‘Vaak is het AI-gegenereerde content van lage kwaliteit, met haatdragend taalgebruik of misleidende claims.’ Hoewel jongeren vooral entertainmentkanalen volgen, krijgen ze door het algoritme ook polariserende en misleidende content voorgeschoteld. ‘Ze zoeken er niet actief naar, maar het komt wel op hun pad. Dat is zorgwekkend, zeker omdat sociale media vaak hun primaire nieuwsbron is.’
‘Ze zoeken er niet actief naar, maar het komt wel op hun pad. Dat is zorgwekkend, zeker omdat sociale media vaak hun primaire nieuwsbron is.’
Veel jongeren vormen hun mening op basis van de reacties onder berichten. Ze zeggen daarin regelmatig haat tegen te komen. Dat zorgt voor een gevoel van verdeeldheid. Volgens Ili is het daarom cruciaal niet alleen te focussen op het herkennen van mis- en desinformatie, maar ook op het omgaan met polarisatie. Ze ziet kansen om via onderwijs, maar ook breder in de maatschappij, jongeren weerbaarder te maken. ‘We mogen de verantwoordelijkheid niet alleen bij jongeren of scholen leggen. Volwassenen – ouders, professionals, politici – geven zelf vaak een gepolariseerd voorbeeld. Als samenleving hebben we hierin een gedeelde verantwoordelijkheid. De noodzaak voor handvatten om constructieve gesprekken aan te gaan is groot.’ Tegelijkertijd is ze hoopvol. ‘Jongeren gebruiken sociale media vooral om te ontspannen. Maar volgen ze nieuwskanalen, dan zoeken ze naar kwalitatieve content, zoals NOS Stories. Ze zijn niet zelf actief op zoek naar boodschappen die haatdragend zijn of angst zaaien.’
Mis- en desinformatie doorzien
Ilse Meursinge, ontwikkelaar van Filterbubbel.nl en projectleider Educatie bij DichterBijNieuws (waarin onderzoekers, journalisten en onderwijs samenwerken om journalistiek dichter bij jongeren te brengen), pleit voor een bredere en diepere aanpak van nieuwswijsheid onder jongeren.
‘We begonnen ooit met het uitgangspunt: leer jongeren factchecken. Maar inmiddels is het belangrijker dat ze begrijpen waarom mis- en desinformatie bestaat, waar het vandaan komt en wat het met je doet.’
Ze benadrukt dat mis- en desinformatie niet alleen uit ‘nepnieuwsbronnen’ komt, maar ook van influencers die misleidende content delen om geld te verdienen of meningen te beïnvloeden. ‘Emotie is de brandstof van mis- en desinformatie. Als je iets ziet waar je boos, bang of verward van wordt, moet er een alarmbel afgaan.’ Leer je jongeren hoe betrouwbare informatie wordt gemaakt, dan krijgen ze meer begrip en waardering voor die informatie. En leren ze hoe ze beïnvloed worden, bijvoorbeeld door likes, herhaling of charismatische rolmodellen, dan helpt dat hen om zich daar meer bewust van te zijn en mis- en desinformatie beter te doorzien.
‘Jongeren willen leuke content zien, maar komen ook veel rotzooi op hun feed tegen. Ik adviseer hen om bewust te kiezen welke informatie je snackt en welke informatie je serieus neemt.’
Volgens Ilse is het cruciaal om aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren. ‘Jongeren willen leuke content zien, maar komen ook veel rotzooi op hun feed tegen. Ik adviseer hen om bewust te kiezen welke informatie je snackt en welke informatie je serieus neemt. Begrijpen ze dat, dan kun je samen analyseren welke bronnen daarachter zitten.’
Gesprekken over mis- en desinformatie moeten gaan over snappen en herkennen, niet over oordelen. ‘Weet je wat er achter de schermen gebeurt, dan besef je dat het logisch is dat je erin trapt. Er zitten techniek, algoritmes, verdienmodellen achter. Jongeren mogen struikelen, fouten maken hoort erbij.’ Ze roept op tot het inzetten van actuele explainers, betrouwbare accounts en onderwijs in gespreksvaardigheid. ‘Alles begint bij het voeren van een goed gesprek. Er zijn heel veel redacties die nieuws maken voor jongeren, maar ook influencers die de gevolgen van mis- en desinformatie op een leuke manier uitleggen.’
Hand-out met (les)materialen en informatie
Speciaal voor deze kennissessie zetten we (les)materialen en bronnen op een rij. Je vindt ze in deze hand-out.
Jongeren als gelijken behandelen
Wat zijn mogelijke interventies die professionals kunnen opzetten om jongeren te begeleiden bij het beoordelen van mis- en desinformatie? Omdat we net al zagen dat jongeren vooral plezier willen beleven op sociale media, ontstaat de vraag of jongeren überhaupt geïnteresseerd zijn in actualiteit. Het woord gaat weer naar Ili Ma: ‘Het begrip ‘nieuws’ is vooral veranderd. Jongeren volgen ook actualiteit via entertainmentkanalen of influencers en interpreteren nieuws breder dan wat wij als volwassenen onder journalistiek verstaan.’
Toch denkt ze niet dat jongeren minder geïnteresseerd zijn in actualiteiten dan andere generaties. ‘Er zijn veel maatschappelijke problemen waarmee zij te dealen hebben. Klimaat, polarisatie, desinformatie. Daarom is het essentieel om jongeren uit te leggen waarom sommige bronnen betrouwbaarder zijn dan andere. Ze zien op hun tijdlijn vooral veel positieve of spectaculair verpakte content. Denk aan cosmetische trends zonder risico’s of cryptotips zonder context. Daar zijn jongeren extra vatbaar voor. Dáár moeten we rekening mee houden.’
‘Jongeren houden er niet van om voor de gek gehouden te worden, ze zijn sceptisch.’
‘Jongeren houden er niet van om voor de gek gehouden te worden, ze zijn sceptisch. Daarnaast hebben ze ook een uitgebreide offline omgeving waardoor ze worden beïnvloed. De invloed van sociale media is ook weer niet zo groot, die van de maatschappij juist enorm. Ouders geven, bewust en onbewust, normen en waarden door.’ Het scepticisme kan een beginpunt zijn voor weerbaarheid. Maar Ili waarschuwt ook: ‘Als jongeren té sceptisch worden, geloven ze helemaal niets meer. Terwijl je natuurlijk wel ergens je informatie vandaan moet halen.’
Jongeren beschikken over sterke digitale vaardigheden en leren snel. Daarom benoemt ze dat interventies die hen activeren vooral kunnen werken. ‘Laat ze hun kennis delen. Bijvoorbeeld door ze aan opa of oma te laten uitleggen waarom een bepaalde bron wel of niet betrouwbaar is. Op het moment dat ze iemand anders kunnen helpen, positief kunnen bijdragen aan de sociale omgeving en maatschappij, zijn ze veel gemotiveerder. En juist dat maakt het effectief.’ Daarnaast is het van belang om aan te sluiten bij hun leefwereld, bijvoorbeeld met de inzet van leeftijdsgenoten in TikTok-video’s die helpen een onderscheid te maken tussen wat echt is en wat niet.
‘Niet zeggen dat jongeren weerbaar moeten worden, want we zijn het zelf ook niet. We moeten het sámen doen.’
Goed is ook dat we jongeren als gelijken benaderen, stelt Ili. ‘Niet zeggen dat jongeren weerbaar moeten worden, want we zijn het zelf ook niet. We moeten het sámen doen. Mediawijsheidonderwijs voor volwassenen is misschien wel net zo belangrijk als voor jongeren.’
Jongeren aan het woord
Chayenne Kerkvliet, projectmedewerker bij #UseTheNews, zet zich in om de kloof tussen jongeren en nieuwsmedia te dichten. ‘Wij willen nieuwsmedia laten zien wat jongeren bezighoudt en hoe zij de wereld beleven.’ Via het platform NewZroom publiceren jongeren zelfgemaakte content; van video’s tot artikelen. Ook organiseert #UseTheNews Newscamps, waarin jongeren en mediaorganisaties met elkaar in gesprek gaan over hoe ze elkaar bereiken.
Ze benadrukt dat jongeren wel degelijk geïnteresseerd zijn in de mediawereld, maar dat ze zelden worden bereikt door gevestigde nieuwsmedia. ‘Jongeren moeten zeker nieuwswijzer worden en daar moeten we ze handvatten in geven en bij helpen, maar tegelijkertijd hebben jongeren óók mooie verhalen en zijn ze zich bewust van de mediawereld. Wij missen het tegengeluid op sociale media; nieuwsbronnen die wij als betrouwbaar inschatten zijn daar niet te vinden. Dat is een gemiste kans om jongeren wel betrouwbare informatie voor te schotelen.’
‘Iedereen trapt weleens in een AI-video of mis- en desinformatie. Het is belangrijk dat we elkaar helpen, zonder te oordelen.’
Volgens haar moeten redacties jongeren serieus nemen en actief op zoek gaan naar aansluiting. ‘Iedereen trapt weleens in een AI-video of mis- en desinformatie. Het is belangrijk dat we elkaar helpen, zonder te oordelen.’ Ook is ze voor strengere regulering van platforms en toont ze zich voorzichtig positief over een minimumleeftijd voor sociale media. ‘Het is goed om jongeren te beschermen, ze zijn kwetsbaar. Dat moeten we erkennen.’
Samen weerbaar
Tot slot komen Freek, Ili en Chayenne samen om de sessie af te sluiten. Ze benadrukken het belang van samenwerking en wederzijds begrip in de aanpak van mis- en desinformatie onder jongeren. Ili: ‘Weerbaar worden tegen mis- en desinformatie draait niet alleen om leeftijdsgrenzen en restricties, maar ook om het versterken van kritisch denken en bewustwording. Het gaat erom dat jongeren snappen waarom bepaalde informatie betrouwbaar is, en hoe je dat herkent.’ Chayenne vult aan dat nieuwsmedia jongeren beter kunnen bereiken én als betrouwbaarder worden beoordeeld als de vorm aansluit bij wat zij willen zien. ‘Denk aan video’s of constructieve journalistiek.’ Ze pleiten voor gezamenlijke verantwoordelijkheid: jongeren, volwassenen en mediaprofessionals moeten sámen mediawijzer worden.
Aan de slag?
Wil je meer lezen over dit onderwerp, of ben je benieuwd naar mooie voorbeelden van geschikte content voor jongeren? Je vindt ze in onze hand-out. De sessie terugkijken? Dat kan hier!

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.