Maak digitale media en mediawijsheid onderdeel van cultuureducatie

maandag 27 november 2023

Kunst en cultuur zijn overal om ons heen, en zijn onlosmakelijk verbonden met het mens-zijn en de samenleving. Zij zijn de uitingsvormen van ons dagelijks leven, gebruik makend van wat er om ons heen is en gebeurt. De grens tussen wat we wel en niet verstaan onder kunst en cultuur is daarom ook niet altijd scherp te trekken, en brengen we soms pas veel later aan: een landschap geschilderd in olieverf, zoals een korenveld van Van Gogh, werd pas veel later gewaardeerd als kunstuiting, net zoals een gedetailleerd landschap in een game als Horizon: Forbidden West door velen nu ook niet gewaardeerd wordt als kunst. Als nieuwe media een regulier onderdeel uitmaken van ons leven, waarom zouden we dan anders om moeten gaan met uitingen en verhalen die verteld worden via nieuwe media dan met verhalen via ‘oude’ media, zoals het boek, theater of film?

Angst

Historisch gezien is angst altijd een belangrijke factor geweest bij de introductie van een nieuw cultureel medium. Waarschijnlijk speelt diezelfde angst een rol bij het toekennen van een aparte positie aan mediawijsheid. Angst die we telkens bij een heersende klasse of bestuurders zien omdat zij bang waren voor een maatschappelijke ontwrichting. En een daarbij behorend verlies van positie en privileges.

Er volgden steevast  maatregelen en waarschuwingen. Voor een verval van normen en waarden. Voor een opgroeien voor galg en rad en een teloorgang van de onschuldige en onwetende jeugd. We zagen dit bij de introductie van de boekdrukkunst, radio, film, televisie en nu dus meest recentelijk de digitale media. Een nieuw medium ontstaat echter niet als een losstaand gegeven, het komt voort uit de samenleving zelf. De samenleving sluit het nieuwe medium in haar dagelijkse activiteiten in, past zich aan en gaat weer verder. En met die maatschappelijke ontwrichting valt het achteraf gezien telkens mee.

Aparte positie

De aparte positie die de media in het onderwijs krijgt in de vorm van mediawijsheid lijkt ook een dergelijke poging om haar niet te zien als onderdeel van de (culturele) evolutie en werkelijkheid van onze samenleving. Maar als een nieuw en vreemd element dat buiten onze gewone wereld staat. Dat herkennen we bijvoorbeeld bij de definitie van mediawijsheid uit 2005 van de Raad voor Cultuur: ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.’

Door het begrip “gemedialiseerd” te benadrukken lijkt het alsof er iets uitzonderlijks gebeurd is. Alsof we daarvoor ook al niet in een wereld leefden die gedomineerd werd door de media die al eerder bestonden. Alsof de gemedialiseerde wereld een andere is dan de wereld om ons heen. Eerder spraken we ook niet over een boeken-, tv-, film- of radiosamenleving. De digitale media zijn gewoon onderdeel van onze samenleving. Met al haar culturele en kunstzinnige uitingen waar opgroeiende kinderen en jongeren mee om moeten leren gaan. Vanuit dit oogpunt past de definitie van mediawijsheid van de Raad voor Cultuur beter bij burgerschap dan bij nieuwe media als de meest recent toegevoegde vorm van de culturele samenleving.

Nieuwe media als kunstdiscipline

Wanneer we de nieuwe media meer beschouwen als een van de vormen van kunstzinnige en culturele uitingen van de hedendaagse samenleving, zoals de Raad voor Cultuur eigenlijk beoogt, is het dan niet beter om mediawijsheid niet apart te benaderen maar nieuwe media te zien als een discipline binnen cultuureducatie? Om aan te sluiten als kunstexamenvak in het middelbaar onderwijs. Samen met film als vijfde examenvak of zelfstandig als zesde examenvak?

Kunst en cultuur vragen net als nu beoogd wordt in mediawijsheid om kennis en vaardigheden met betrekking tot de boodschap en manipulatie die gebruik makend van allerlei media in beeld en/of geluid, bewegend en/of stilstaand, door de maker(s) op het publiek overgebracht worden. Op die manier worden denkbeelden gecommuniceerd die de toeschouwer of deelnemer op een geruststellende manier bekend voor kunnen komen. Of juist kunnen verwarren of choqueren.

Denk bijvoorbeeld aan propagandakunst of fascistische architectuur. Maar denk ook aan het gemanipuleerde beeld van de vrouw zoals we dat we in reclames in bladen en op televisie dagelijks te zien krijgen met een verwrongen vrouwbeeld als gevolg. Maar zet dat ook eens af tegen het vrouwbeeld dat Pieter Paul Rubens in zijn tijd schilderde waarmee hij het ideaalbeeld van de vrouw in zijn tijd beïnvloedde. Cultuureducatie leert je niet alleen zelf aan de slag te gaan met verschillende disciplines, maar ook om te gaan met de culturele uitingen van anderen, daarop te reflecteren en er een eigen standpunt over in te nemen.

Wat is er echt nieuw aan nieuwe media?

Feitelijk is er ook niet zo veel nieuw aan ‘nieuwe’ of digitale media. Eigenlijk is alleen de ‘drager’, het virtuele medium, nieuw. En daaruit voortvloeiende (soms snellere of meer toegankelijke) (re)productiemogelijkheden. Maar alle mogelijkheden van dit medium vinden we ook op andere plaatsen in kunst en cultuur terug in andere combinaties.

Directe interactie? Het publiek in een theater- of concertzaal kan nog steeds sneller reageren dan dat via digitale media mogelijk is omdat live en direct nog altijd een nanoseconde sneller is dan digitaal. Reproductie in grote aantallen? De (boek)drukkunst en fotografie stellen ons al heel lang in staat grote aantallen te reproduceren van beeld en tekst. Beeld- en geluidsmanipulatie? Bij beeldende kunst hebben we altijd al te maken met een door de kunstenaar bewerkte uitsnede van de werkelijkheid. En het staat het publiek vrij om zelf ook potlood of klei ter hand te nemen. Componisten beïnvloeden al eeuwen de emoties van luisteraars door de compositie en de gebruikte instrumenten.

Onderbrengen bij cultuureducatie

Mediawijsheid lijkt zich nu vooral te richten op ‘deelnemen aan de mediasamenleving’ in plaats van media als regulier onderdeel van de geëvolueerde samenleving te zien. Waarin het net zo noodzakelijk is de context van een reclameposter op straat te begrijpen of alert te zijn op de invloed die een winkel onbewust op ons uit probeert te oefenen via de ‘muzak’ die er te horen is. Dan is het toch logischer om digitale media en de wijsheid daarover onder te brengen bij het grotere geheel van de cultuureducatie.

Meerdere culturele instellingen, zoals degenen die betrokken zijn bij het netwerk filmeducatie, laten al zien hoe dat werkt. Want behalve meemaken van wat anderen gemaakt hebben, besteedt cultuureducatie minstens zo veel aandacht aan het zelf maken. Leerlingen leren de mogelijkheden van kunst en cultuur ontdekken terwijl en doordat ze er zelf mee aan de slag gaan. Zo proberen ze hun publiek mee te nemen (of te manipuleren) in hun eigen verhaal. Waardoor ze makkelijker herkennen wat kunstzinnige en culturele uitingen van anderen met hen doen. En dan maakt het niet uit of zij een vergezicht schilderen met olieverf op canvas of met een computer in een digitale omgeving. Voor kinderen en jongeren vloeit dat makkelijk in elkaar over. De digitale media als vanzelfsprekend onderdeel van hun algemene en brede culturele omgeving, van ónze culturele samenleving als geheel.

Gezamenlijk versterken van de positie in het onderwijs

Laten we daarom in gezamenlijkheid de positie van cultuureducatie met media als herkenbaar onderdeel daarvan binnen het onderwijs versterken. Zodat leerlingen wijsheid en ervaringen op kunnen doen die zij nodig hebben voor hun deelname aan de vanzelfsprekend culturele en daarmee ook in brede zin “gemedialiseerde” samenleving.

 

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.