Mediaopvoedstijlen in de fase van het spinazie-syndroom & superhelden

dinsdag 26 april 2016

Als we het meeste nieuws over mediagebruik moeten geloven, gebruikt de jeugd meer en meer online media, spelen ze minder buiten en kijken ze nauwelijks nog tv. Dat klopt wellicht voor een deel van de kinderen. De vraag is alleen voor welke leeftijdscategorie? Want het scheelt nogal of we het hebben over peuters of pubers en alles er tussenin. In recent kwalitatief wetenschappelijk onderzoek is gekeken naar het digitale mediagebruik van jonge kinderen in de onderbouw van de basisschool. Een vernieuwende invalshoek!

De meeste onderzoeken naar digitaal mediagebruik zijn tot nu toe gericht op oudere kinderen, pubers of (jong)volwassenen. Terwijl kinderen van 6-7 jaar juist net hebben geleerd om te lezen en schrijven en daarmee ook zelf meer kunnen met digitale media dan voorheen. In dit Europese onderzoek is aandacht besteed aan het digitale mediagebruik van het jonge kind en hoe hun ouders ermee omgaan.

Dé 6/7-jarigen

Afgelopen najaar heb ik als onderzoeksassistent meegewerkt aan het eerste kwalitatieve onderzoek dat in Nederland is gehouden naar digitaal mediagebruik onder jonge kinderen (6-7 jaar). Kids die meestal in groep 4 zitten. Een doelgroep die last zou hebben van het ‘Spinazie-syndroom’ (waar peuters en kleuters nog als sponzen openstaan voor educatieve content zoals Sesamstraat, lijken kinderen vanaf een jaar of 6 minder graag te willen leren als het ‘moet’ en staan ze des te meer open voor om vermaakt te worden); waarbij (vooral jongens, maar zeker ook meisjes) meer worden aangetrokken door actie/geweld/avontuur en waar een hoop twijfel is rondom realiteit en fictie. Kortom: hoogtijdagen voor superhelden!

Digitaal mediagebruik

Uit dit onderzoek blijkt dat niet alleen de tablet meest favoriet is, maar ook het ouderwetsche lineair televisiekijken is nog steeds alive and kicking. In hoeverre jonge kinderen gebruikmaken van digitale media wordt beïnvloed door verschillende factoren. Welke apparaten zijn er? En welke daarvan kunnen/mogen gebruikt worden? In hoeverre is er iets anders te doen, bijvoorbeeld buitenspelen – vaak afhankelijk van het weer? Ook het moment van de week speelt een rol (in het weekend gebruiken kinderen vaker digitale media dan doordeweeks). En wat doen 6/7-jarigen dan met die digitale media?

Hoewel de doeleinden van digitaal mediagebruik uiteenlopen, zijn er wel patronen te zien. Tablets, smartphones, laptops, vaste computers en gameconsoles worden gebruikt voor gaming, contact houden met vrienden en familie, filmpjes en muziekvideo’s kijken (en soms zelfs voor het maken en delen ervan), schoolwerk doen en informatie zoeken. Sommige kinderen gebruiken digitale media voor veel van deze functies, andere kinderen juist voor een beperkt aantal functies. Conform het eerder genoemde ‘Spinazie-syndroom’ gebruiken jonge kinderen digitale media het vaakst voor hun plezier. Zoals filmpjes kijken via YouTube en spelletjes te spelen. Toch worden ze daarnaast, al dan niet omdat het moet, gebruikt voor educatieve doeleinden zoals Squla en Ambrasoft.

Verder wordt bijvoorbeeld WhatsApp ingezet om om contact te houden met anderen en komen sommige 6/7-jarigen zelfs in aanraking met Facebook, ondanks dat dit officieel niet voor minderjarigen is. Wat de kinderen met digitale media doen, wordt beïnvloed door hun eigen interesses en reguliere spel. Zo spelen paardenmeisjes ook paardengames en kijken paardenseries. Maar ook door de interesses van gezinsleden. Soms spelen personen of contexten buiten het gezin, zoals grootouders, vriendjes, school, buitenschoolse opvang, een rol. Hoewel de tablet en televisie de meest geliefde apparaten onder jonge kinderen zijn, is het gebruik van digitale media echt niet het enige wat ze nog willen doen. Er lijkt over het algemeen evenwicht met andere tijdsbestedingen zoals tekenen of buitenspelen.

Wat vinden de ouders?

Hoewel de meeste ouders zowel positieve als negatieve aspecten van het digitale mediagebruik van hun kids noemen, bestaan er ook verschillen tussen ouders. Zo zijn er uitgesproken voorstanders die hun kind de ruimte geven en tegenstanders die hun kinderen willen beschermen tegen schadelijke effecten en ouders die daar tussenin zitten en balans belangrijk vinden. Ouders associëren digitale media het meest met ‘leerzaam’ maar ook met ‘verslavend’. Ze denken dat hun kroost met hulp van digitale media kennis en vaardigheden opdoen die zij op school en in de toekomst nodig hebben.

Veel ouders vinden ook dat digitale media de fantasie kunnen stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn kinderen die YouTube-filmpjes naspelen, die hun eigen toneelstukjes filmden en op YouTube zetten of kinderen die schooltje speelden en daar rekenapps op de tablet bij gebruikten. Dit sluit aan op diverse theorieën over hoe kinderen leren. Want ze leren nu eenmaal niet alleen door eigen ervaring maar ook door wat ze zien bij anderen. En dan maakt het niet uit of het gaat om ‘echte mensen’ of een fictief personage uit een filmpje.

Welke mediaopvoedstijlen hanteren ouders?

Aan de hand van de meningen die de ouders over digitale media hebben, kwamen drie verschillende ‘mediaopvoedstijlen’ naar voren. Dus er zijn drie manieren te onderscheiden hoe ouders met het digitale mediagebruik van hun kinderen omgaan. In dit onderzoek zijn deze vertaald naar: ‘begrensde vrijheid’, ‘streven naar balans’ en ‘maximale grenzen’. Deze stijlen laten zien waar de nadruk in de mediaopvoeding ligt als het gaat om de waarden: vrijheid, balans en bescherming.

De drie meest genoemde maatregelen om het digitale mediagebruik van hun kinderen in te perken waren: het opwerpen van fysieke grenzen (zoals het instellen van wachtwoorden), het stimuleren of verplichten van alternatieve activiteiten (zoals buitenspelen) en het vaststellen van regels. De meeste regels hebben betrekking op: aanschaf en gebruik van bepaalde inhoud, timing, een combinatie van inhoud en timing, locatie of context en controle. Sommige ouders hebben geen regels, maar zijn liever op de achtergrond aanwezig om het mediagebruik van hun kinderen te monitoren.

Hoewel uit mijn eigen onderzoek (naar mediamultitasking tijdens schoolactiviteiten) en andere onderzoeken steeds vaker het advies naar voren komt dat het belangrijk is dat ouders met hun kinderen in gesprek gaan over media (inhoud & gebruik), blijkt ook hier weer het tegendeel te gebeuren. Ouders bespreken nauwelijks bijvoorbeeld de privacyaspecten van digitaal mediagebruik. Daarnaast stimuleren de ouders nauwelijks bewust om digitale media te gebruiken. Een opvallende uitkomst aangezien diezelfde ouders toch ook duidelijk hebben aangegeven dat ze digitale media over het algemeen leerzaam, noodzakelijk en leuk voor hun kinderen vinden.

Mediawijze tip van ouders voor ouders

Eén van de ouders uit dit onderzoek gaf aan dat hun kind op een bepaald moment een fascinatie had voor bevallingen. ‘’Ze zocht op YouTube op ‘bevallingen’ en kwam toen filmpjes tegen die nogal indruk op haar maakten, om het zacht uit te drukken’’. Vanaf dat moment hebben ze hun dochter geleerd om andere zoektermen te gebruiken. Hun tip was om overal “Klokhuis” bij te zetten omdat die filmpjes per definitie geschikt zijn voor kinderen. Hun dochter zoekt nu dus bijv. op “bevalling klokhuis”.

Meer weten over het onderzoek?

Dit kwalitatieve onderzoek is onderdeel van een grootschalig Europees onderzoek. Het is uitgevoerd door de Vrije Universiteit Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je meer weten? Ga naar vu-nl.academia.edu/ClaudiavanKruistum om het gehele rapport te lezen of neem contact op met onderzoeksleider Claudia van Kruistum via c.j.van.kruistum@vu.nl.

Lees ook:
» Onderzoek Iene Miene Media: Helft jonge ouders wil ‘Schijf van Vijf’ voor mediaopvoeding

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.