Nederlanders voelen zich digitaal vaardig, maar zijn dat lang niet altijd

vrijdag 10 oktober 2025

Bijna alle Nederlanders vinden zichzelf digitaal vaardig. Ze weten hoe ze iets opzoeken, wat wel en niet klopt en hoe ze veilig blijven online, althans, dat denken ze zelf. Het nieuwe rapport DigIQ2.0, van de Universiteit van Amsterdam en Hogeschool Utrecht, zet die eigen inschatting voor het eerst systematisch naast wat mensen daadwerkelijk weten en kunnen. De uitkomst geeft een genuanceerd beeld en vraagt op sommige punten extra aandacht.

Over het onderzoek

Het rapport is de eerste meting binnen project CID (Competency Insight Dashboard), de opvolger van het bekende DIGCOM-onderzoek waarmee eerder de DigIQ werd ontwikkeld. Voor deze ronde vulden 2.417 Nederlanders tussen de 10 en 94 jaar een vragenlijst in over 11 digitale vaardigheden, waaronder twee nieuwe onderwerpen ten opzichte van de vorige versie, generatieve AI en transactionele vaardigheden zoals het regelen van zorg of overheidszaken online. Naast zelfrapportage bevatte het onderzoek ook echte kennisvragen en praktische testjes, zodat vertrouwen en daadwerkelijke competentie apart in kaart konden worden gebracht.

Zelfvertrouwen komt niet altijd overeen met kunde

Nederlanders scoren gemiddeld hoog op vertrouwen in hun eigen vaardigheden, vooral als het gaat om informatie vinden en netjes met elkaar omgaan online. Maar dat vertrouwen blijkt op onderdelen niet terecht. Bijna iedereen weet hoe je iets in Google opzoekt, maar slechts 38% weet hoe je zoekresultaten kan beperken tot Nederlandse bronnen. Mensen geven zichzelf gemiddeld een 4,6 op een schaal van 1 tot 5 voor de stelling “ik weet welke dingen ik niet hoor te delen online”, maar slechts 37% weet bij welke foto’s je eigenlijk toestemming moet vragen voor je ze deelt. De onderzoekers noemen dit een vorm van “onbewuste onbekendheid”, mensen weten niet goed wat ze eigenlijk niet weten.

Het grootste gat zit bij AI

Het duidelijkste verschil tussen vertrouwen en kunde zit bij kunstmatige intelligentie. Nederlanders hebben van alle gemeten vaardigheden het minste vertrouwen in hun AI-vaardigheden, en dat vertrouwen blijkt terecht laag. Iets meer dan de helft van de respondenten (55%) kan een door AI gegenereerde foto herkennen, bij mensen boven de 65 daalt dat naar 25%. Ook weet slechts 42% dat er privacy-risico’s kleven aan het delen van persoonlijke informatie met chatbots als ChatGPT en 53% kent de impact van AI op het klimaat. Vooral kinderen tussen de 10 en 15 jaar scoren hier laag, met 36%.

Leeftijd en opleiding bepalen kwetsbaarheid, migratieachtergrond nauwelijks

Opvallend is dat verschillen tussen groepen vooral samenhangen met leeftijd en opleidingsniveau, en nauwelijks met migratieachtergrond. Jonge kinderen, ouderen en mensen met een lager opleidingsniveau scoren op vrijwel alle vlakken lager, van kritisch omgaan met informatie tot het veilig beheren van wachtwoorden. Zo schrijft 37% van alle Nederlanders wachtwoorden nog gewoon op papier op, bij 66-plussers loopt dat op tot 63%.

Online veiligheid, sterk in het ene, zwak in het andere

Op het gebied van online veiligheid presteren Nederlanders wisselend. Misleiding wordt goed herkend, 93% herkent een phishingmail correct en 71% nepnieuws. Maar over veilig online winkelen bestaat veel onduidelijkheid, slechts de helft weet welk icoontje aangeeft dat een webshop veilig is. Ook geavanceerde beveiliging blijft achter, zo gebruikt slechts een klein deel wachtwoordkluizen of passkeys, vooral onder ouderen.

Hulp vragen gebeurt vooral dichtbij huis

Wanneer het online misgaat, weet driekwart van de Nederlanders wel iemand om hulp te vragen, meestal familie of vrienden. Professionele hulpbronnen worden nauwelijks genoemd, slechts 1% noemt bijvoorbeeld de bibliotheek. De onderzoekers wijzen erop dat instellingen zoals bibliotheken en helpdesks daarmee nog onvoldoende zichtbaar zijn als plek voor ondersteuning.

Wat de onderzoekers aanbevelen

Op basis van deze eerste meting bevelen de onderzoekers onder meer aan om workshops te organiseren die mensen bewust maken van hun eigen blinde vlekken, een landelijke bewustwordingscampagne over privacy en betrouwbaarheid van genAI op te zetten, laagdrempelige programma’s te ontwikkelen voor laagopgeleiden, laaggeletterden, ouderen en mensen zonder werk, en de zichtbaarheid van bibliotheken en helpdesks als hulpbron te vergroten. Dit is de eerste van meerdere metingen binnen project CID, latere rondes moeten uitwijzen hoe de digitale competentie van Nederlanders zich verder ontwikkelt.

Het volledige rapport is hier te downloaden.

 

Bronnen: Van Oosten, J.M.F., Korderijnk, R., Piotrowski, J., de Vries, D., & de Vreese, C. (2025). Rapport DigIQ2.0. Uitbreiding van de DigIQ. Amsterdam School of Communication Research, Universiteit van Amsterdam.

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.