Als ouder op je telefoon kijken, wat doet dat met je kind?

vrijdag 23 december 2022

Wat gebeurt er eigenlijk met je kind als je als ouder veel met je telefoon bezig bent? Evelyn Bosma, onderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden, ondervond de nadelige gevolgen van afgeleid zijn aan den lijve. Ze zocht daarom uit wat het effect van veelvuldig smartphonegebruik op kinderen eigenlijk is. Dit artikel verscheen eerder op de site van HP/De Tijd.

Op straat kijk je er al niet meer van op: ouders die met de smartphone in de hand achter de kinderwagen lopen. Maar als ouders te veel afgeleid worden door hun telefoon, vertraagt dat de taalontwikkeling van hun kind. En er zijn meer nadelen. ‘Baby’s raken van streek door uitdrukkingsloze gezichten.’

Lees ook: Hoelang mag mijn baby, peuter of kleuter achter een scherm?

Onlangs bracht ik mijn zoontje van drie naar bed. Terwijl hij op zijn potje zat, trok ik mijn telefoon tevoorschijn om iets op te zoeken. Toen zei hij iets wat mij nogal raakte, iets wat ik heel mooi, maar tegelijkertijd ook vrij gênant vind: “Mama, kun je je telefoon wegdoen?”

“Mama, kun je je telefoon wegdoen?”

Met deze zin had hij de kern te pakken van een onderzoeksvoorstel dat ik vier jaar geleden schreef. Als taalwetenschapper wilde ik uitzoeken of het smartphonegedrag van ouders effect heeft op de taalontwikkeling van hun jonge kinderen. Mijn hypothese was dat veelvuldig smartphonegebruik de kwaliteit van interacties tussen ouders en kinderen zou verslechteren. En dat dit zou zorgen voor een tragere taalontwikkeling bij de kinderen.

Smartphone in de la

In de week dat mijn voorstel door de voorronde kwam, kwam ik erachter dat ik in verwachting was. En zo werd mijn onderzoeksidee plotseling veel meer dan een professionele interesse. Negen maanden later werd het voorstel afgewezen. De subsidie ging aan mijn neus voorbij. Maar mijn zoon kwam gezond ter wereld. Ik beloofde hem heilig dat al mijn aandacht naar hem zou gaan in plaats van naar mijn telefoon.

Om dat voor elkaar te krijgen, stopte ik mijn smartphone in een la, want ik was bang dat ik hem uit verveling anders de hele tijd zou pakken. Ik checkte alleen of ik berichtjes had als mijn zoontje sliep. Notificaties had ik uit staan, ik voerde een smartphoneverbod in aan de eettafel, en met mijn partner sprak ik af dat hij me moest bellen in plaats van appen als hij iets van me nodig had. Ik deed er naar mijn idee echt alles aan om te voorkomen dat ik in het bijzijn van mijn kind afgeleid zou raken door mijn telefoon. En tóch is die telefoon er gaandeweg weer in geslopen en ergert mijn zoontje zich blijkbaar weleens aan mijn smartphonegedrag. Autsj!

Tóch is die telefoon er gaandeweg weer in geslopen en ergert mijn zoontje zich blijkbaar weleens aan mijn smartphonegedrag. Autsj!

Enigszins beschaamd, maar ook enthousiast over zijn sociaal-emotionele inzicht, zei ik tegen mijn zoontje dat hij helemaal gelijk heeft, dat het niet gezellig is als ik op mijn telefoon zit. Ik liep naar beneden, stopte mijn telefoon weer in de la en zonder verdere digitale afleiding gingen we verder met het avondritueel.

Telefoongebruik van ouder

Toen hij in bed lag, kroop ik achter mijn laptop. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ging op zoek naar de meest recente wetenschappelijke literatuur over de effecten van ouderlijk smartphonegedrag. En jawel, daar zag ik mijn hypothese van vier jaar geleden bevestigd.

In een studie met kinderen tussen de anderhalf en twee jaar oud toonden onderzoekers uit Nieuw-Zeeland onlangs aan dat hoe meer hoorbare notificaties ouders per uur op hun smartphone kregen, hoe minder goed ze op hun kinderen reageerden. Dit zorgde er vervolgens voor dat de woordenschatontwikkeling van de kinderen trager verliep. Een andere studie, met tweejarige kinderen in Zweden, laat een vergelijkbaar effect zien. Hoe meer ouders op hun telefoon zaten tijdens de dagelijkse bezigheden met hun kinderen, hoe slechter de kinderen scoorden op woordenschat en grammatica.

Een optimist zou kunnen zeggen dat deze studies geen causaal verband aantonen. Mogelijk werkt het effect de andere kant op en zitten ouders met weinig interesse in hun kinderen vaker op hun telefoon. Daarom was mijn voorstel een interventiestudie, waarbij we een deel van de ouders na een nulmeting zouden vragen om hun telefoongebruik drastisch in te perken. Voor zover ik weet heeft tot nu toe niemand zo’n interventie uitgevoerd.

Invloed op aandacht

In de VS is wel een interventiestudie gedaan naar het effect van smartphones op de gebruikers zelf. De ene week moesten mensen hun telefoon altijd binnen bereik houden en notificaties zoveel mogelijk aanzetten. De andere week moesten ze hun telefoon juist zoveel mogelijk opbergen en notificaties uitzetten. In de ‘smartphoneweek’ rapporteerden de deelnemers een hogere mate van onoplettendheid, wat leidde tot lagere productiviteit en slechter mentaal welzijn. Het is dus wel degelijk zo dat smartphones een slechte invloed hebben op onze aandacht.

In de ‘smartphoneweek’ rapporteerden de deelnemers een hogere mate van onoplettendheid, wat leidde tot lagere productiviteit en slechter mentaal welzijn.

Wie nu nog steeds optimistisch is, zou kunnen zeggen dat de effecten van smartphones vergelijkbaar zijn met andere vormen van afleiding, zoals de televisie en de krant. Een televisie die op de achtergrond altijd aan staat, heeft ook een negatief effect op de interactie tussen ouders en kinderen en zorgt daardoor ook voor een tragere taalontwikkeling. En ouders die de krant lezen of een boodschappenlijstje opstellen, zijn op dat moment uiteraard ook minder beschikbaar voor hun kind. Er zijn echter aanwijzingen dat smartphones voor een sterkere mate van afleiding zorgen dan de krant of een boodschappenlijstje.

Minder contact met kind

Onderzoekers in de Verenigde Staten lieten drie- tot vijfjarigen in het bijzijn van een van hun ouders met een nieuw stuk speelgoed spelen. Een deel van de ouders kreeg de opdracht om ondertussen een vragenlijst in te vullen. De ene helft deed dit op een smartphone, de andere helft op papier. Vervolgens keken de onderzoekers hoeveel interactie er was tussen de ouders en de kinderen.

Wat bleek? Als de ouders bezig waren om een vragenlijst in te vullen, dan stelden de kinderen hen minder vragen, en dit effect was even sterk bij een digitale als bij een papieren vragenlijst. In die zin zorgden de digitale en de papieren vragenlijst dus voor evenveel afleiding. In het gedrag van de ouders was echter wel degelijk een smartphone-effect te zien: tijdens het invullen van een digitale vragenlijst zochten zij minder contact met hun kind dan tijdens het invullen van een papieren vragenlijst. Ouders raken dus inderdaad meer afgeleid van hun smartphone en hebben hierdoor minder aandacht voor hun kinderen.

Een smartphone hoeft alleen maar in de buurt te zijn

Ander onderzoek, met Amerikaanse volwassenen, laat zien dat niet alleen het gebruiken van een smartphone voor slechtere sociale interacties zorgt. Alleen al de aanwezigheid van zo’n apparaat gaat ten koste van de conversatie. De onderzoekers lieten mensen tien minuten met elkaar praten en noteerden ondertussen of een van hen hierbij een smartphone op tafel legde of in zijn hand hield. Na afloop lieten ze de mensen een vragenlijst invullen over de kwaliteit van het gesprek. De resultaten? Als er een smartphone aanwezig was, dan haalden de deelnemers minder voldoening uit het gesprek en voelden ze minder empathie voor hun gesprekspartner. Een smartphone leidt dus af en haalt de aandacht weg bij het gesprek, ook als hij niet gebruikt wordt.

Alleen al de aanwezigheid van een smartphone gaat ten koste van de conversatie

Deze effecten zijn zorgelijk, ook omdat smartphones inmiddels overal in onze maatschappij aanwezig zijn. Even je telefoon erbij pakken terwijl je met je kind aan tafel zit of hem naar bed brengt, zal voor veel ouders helemaal niet ongewoon zijn. In de Verenigde Staten namen onderzoekers in een restaurant waar dat ongeveer driekwart van de ouders aan tafel een smartphone gebruikte en hierdoor minder aandacht had voor de kinderen. Een vergelijkbare studie, uitgevoerd in een speeltuin, toonde hoe zestig procent van de ouders een smartphone gebruikte. De onderzoekers zagen hier dat de kinderen moeite hadden om de aandacht van hun ouders te trekken. In een derde studie, uitgevoerd in wachtruimtes en speeltuinen, reageerden ouders vijf keer minder vaak op de aandachtspogingen van hun kinderen als ze op hun smartphone zaten.

Achter de wandelwagen

Er zijn ook studies die laten zien dat ouders zich, net als ik, wel degelijk bewust zijn van hun eigen gedrag. In een onderzoek in de Verenigde Staten gaf meer dan twintig procent van de moeders met kinderen onder de drie jaar toe dat haar smartphonegedrag een negatief effect heeft op de tijd die ze met haar kind doorbrengt. En in een andere studie, ook in de Verenigde Staten, gaf tien procent van de ouders met kinderen tot vier jaar toe dat sociale media er weleens voor zorgen dat ze minder goed op hun kinderen letten. Verder zijn er studies die laten zien dat ongeveer de helft van de Amerikaanse tieners van mening is dat hun ouders tijdens een gesprek met hen weleens afgeleid zijn door hun telefoon en dat een derde van de tieners zou willen dat hun ouders minder tijd op hun telefoon doorbrengen.

Voor zover ik weet, zijn er geen cijfers bekend over het smartphonegebruik van ouders in Nederland, maar ik vermoed dat het hier niet heel veel beter is. Wie om zich heen kijkt, ziet regelmatig ouders met een smartphone in hun hand achter de wandelwagen lopen.

Aandacht nodig voor taalontwikkeling

Ook Claartje Levelt, hoogleraar eerste taalverwerving aan de Universiteit Leiden, maakt zich grote zorgen. Uit haar eigen onderzoek en dat van anderen blijkt dat een goede interactie tussen ouders en kinderen van cruciaal belang is voor de taalontwikkeling. “Dat kinderen taal leren, lijkt allemaal vanzelf te gaan, maar dat is niet zo.”

“Dat kinderen taal leren, lijkt allemaal vanzelf te gaan, maar dat is niet zo.”

Levelt legt uit dat het voor het leren van nieuwe woorden van groot belang is dat er momenten van ‘gedeelde aandacht’ voor de omgeving zijn. Kijkt het kind naar een merel in de tuin of wijst het naar zijn beker die op het aanrecht staat? Door objecten en situaties te benoemen kun je als ouder een heleboel woordleermomenten creëren. “Kijk, een merel in de tuin. O, nu vliegt hij weg.” “Wil je je beker hebben? Zal ik er een beetje water in doen?” Sommige ouders hebben het idee dat de taalontwikkeling pas begint als kinderen gaan praten, maar de woorden die ze zeggen, komen natuurlijk niet uit de lucht vallen.

“Voor het leren van nieuwe woorden is het belangrijk dat ouders reageren op het moment dat het kind een reactie verwacht,” vertelt Levelt. “Wanneer een reactie te laat komt of, erger nog, helemaal uitblijft, dan gaat het potentiële leermoment ongebruikt voorbij.” Een ouder die zichzelf steeds moet losrukken van zijn smartphone of door zijn smartphone überhaupt niet op de kinderen reageert, mist dus belangrijke kansen om zijn kinderen nieuwe woorden te leren. Levelt vindt het belangrijk dat ouders en verzorgers zich hier bewust van zijn: “Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat taal leren alleen vanzelf gaat als we als ouders zelf een rijke taalomgeving voor onze kinderen creëren, waar veel tegen en met ze gesproken wordt. In een arme taalomgeving gaat het moeizaam.”

Uitdrukkingsloos staren naar het scherm

En dan heeft het staren naar een smartphoneschermpje nog een ander effect waar Levelt zich zorgen om maakt: mensen krijgen er een uitdrukkingsloos gezicht van. “We weten al heel lang dat baby’s daardoor echt van streek raken,” vertelt ze. “Al ruim voordat er smartphones bestonden, deden onderzoekers een experiment waarbij ouders na een periode van interactie met hun baby de opdracht kregen om een tijdje uitdrukkingsloos voor zich uit te staren en niet te reageren op hun kind.” Zo’n gezicht zonder uitdrukking wordt ook wel een ‘still face’ genoemd.

“Onbereikbaar zijn door de afleiding van een smartphone levert dus echt stress op, geen gezonde situatie voor een kind.”

Wat er dan gebeurt, kunt u zelf bekijken via YouTube. “De baby’s in het experiment probeerden van alles om aandacht te krijgen en gingen ten slotte huilen.” Een paar jaar geleden is dit experiment herhaald met een smartphone die een still face veroorzaakt, en dit leverde vergelijkbare resultaten op. “Onbereikbaar zijn door de afleiding van een smartphone levert dus echt stress op, geen gezonde situatie voor een kind.”

Het gaat Levelt dan ook aan het hart als ze ouders of verzorgers ziet die vastgeplakt lijken te zitten aan hun smartphone en daardoor slecht reageren op de aandacht die hun kind vraagt. “Al die gemiste kansen om woorden te leren!” Als toppunt van een slechte gadget noemt ze een flesjeshouder met opzetstuk voor een smartphone. “Zo kun je lekker met een still face je baby voeren.”

Ook schermtijd kind is belangrijk

Voor de taalontwikkeling van kinderen is het natuurlijk niet alleen van belang dat hun ouders zo min mogelijk worden afgeleid door hun smartphone. Hoeveel tijd ze zelf achter een schermpje doorbrengen doet er uiteraard ook toe. Op dit gebied was al bekend dat veel tv-kijken over het algemeen niet goed is voor de taalontwikkeling van jonge kinderen.

Door het gebrek aan interactie leren ze hier weinig van, en de tijd die ze doorbrengen voor de tv gaat ten koste van andere activiteiten, zoals voorlezen, blokken bouwen en in de zandbak spelen. Een uitzondering hierop vormen interactieve tv-programma’s zoals Dora the Explorer, waarin Dora en haar aapje Boots tegen de tv-kijkende kinderen praten, objecten benoemen en de kinderen uitnodigen om te antwoorden. De interactie in dit programma blijkt een positief effect te hebben op de woordenschat.

Samen zorgen voor interactie

Onderzoek naar de effecten van tablets en smartphones laat een vergelijkbaar patroon zien. Als kinderen veel op een tablet of een smartphone zitten, zorgt dit over het algemeen voor een tragere taalontwikkeling, maar wanneer ouders dit samen met hun kinderen doen en praten over wat er allemaal te zien is, dan kunnen tablets en smartphones de taalontwikkeling juist stimuleren.

smartphone, ouders, kind, kinderen, opvoeding, mediagebruik

Bij oudere kinderen is ook onderzoek gedaan naar de relatie tussen smartphonegebruik en schoolresultaten. Niet geheel verrassend blijkt ook hier een negatieve relatie te bestaan: hoe meer kinderen op hun telefoon zitten, hoe slechter ze het doen op school. Dit is ook wat veel leraren merken. In een grootschalig Nederlands onderzoek gaf ongeveer de helft van de leraren in het voortgezet onderwijs te kennen dat hun leerlingen zich door hun telefoon minder goed kunnen concentreren, dat ze minder tijd besteden aan hun huiswerk en dat hun cijfers achteruitgaan.

Telefoonverbod op scholen

Mede om deze redenen voerde president Emmanuel Macron vier jaar geleden op alle scholen in Frankrijk een verbod op mobiele telefoons in. Telefoons waren sinds 2015 al verboden in de klas, maar sinds 2018 mogen leerlingen ook tijdens de pauzes en in tussenuren niet meer op hun telefoon zitten. Ook andere landen, waaronder China en Australië, voerden de afgelopen jaren wetten in om mobiele telefoons uit klaslokalen te weren.

In Nederland mogen scholen nog steeds zelf bepalen hoe ze hiermee omgaan, en de meningen zijn verdeeld. Een veelgehoord argument om smartphones wel toe te staan is dat ze ook een positieve bijdrage kunnen leveren aan het onderwijs. Op een mobiele telefoon kun je immers een schat aan informatie vinden, en je kunt hem bovendien gebruiken als rekenmachine en agenda.

De kern van het probleem is dat smartphones onze aandacht stelen

Wat mij betreft wegen deze voordelen alleen niet op tegen de nadelen. De kern van het probleem is dat smartphones onze aandacht stelen: ze zorgen ervoor dat ouders minder aandacht hebben voor hun kinderen en dat kinderen minder aandacht hebben voor hun schoolwerk. En dat terwijl aandacht een belangrijke voorwaarde is om tot leren te komen.

Ouders: geef het goede voorbeeld

Wat dat betreft is het aan ouders om hun kinderen het goede voorbeeld te geven. Als zij veel op hun telefoon zitten, dan doen hun kinderen dat vaak ook. Ook dat blijkt uit onderzoek. Mijn zoontje van drie liet zien dat het soms ook andersom gebeurt: dat kinderen het goede voorbeeld kunnen geven aan hun ouders. “Mama, kun je je telefoon wegdoen?” Wat een wijze woorden.

Lees ook:

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.