Verslag: Op internet met een VB? Zo houd je rekening met ontwikkelingsleeftijden

maandag 19 september 2022

Het mediagebruik van cliënten met een verstandelijke beperking stelt zorg- en welzijnsprofessionals regelmatig voor uitdagingen. Vooral wanneer de ontwikkelingsleeftijd en kalenderleeftijd uiteen lopen is het niet altijd gemakkelijk om passende ondersteuning te bepalen. Wat gaat er schuil achter online risicogedrag? Wat kun je van een cliënt verwachten? Waar trek je grenzen en hoe stimuleer je juist positief en veilig mediagebruik? Tijdens de netwerksessie op woensdag 14 september gingen experts en professionals hierover in gesprek.

Meer dan 100 deelnemers worden online muzikaal welkom geheten door muzikant Reinier Demeijer. Dan is het woord aan Sonja Heijkamp-Lammers, projectleider mediawijsheid bij Amerpoort, die vandaag de sessie leidt: “Deze sessie is onderdeel van het actieprogramma Leuk online leven, dat Netwerk Mediawijsheid in 2019 startte om zorgprofessionals te stimuleren meer aandacht te besteden aan mediawijsheid. Vandaag praten we over hoe we ervoor zorgen dat het internet een fijne plek wordt voor onze doelgroep.”

“Voor veel mensen is het internet ingewikkeld en de risico’s ervan zijn niet altijd goed te overzien. Tegelijkertijd speelt internet een grote rol in ons dagelijks leven. We willen dat verstandelijk beperkten hun weg vinden in de samenleving. En dat betekent óók dat zij met internet moeten leren omgaan. We willen cliënten aan de ene kant de vrijheid geven om te ontwikkelen en ontdekken, maar ze aan de andere kant ook beschermen tegen online risico’s. Daar een goede middenweg in vinden, gaat makkelijker als je kennis hebt van mediawijsheid en de rol van ontwikkelingsleeftijden.”

Bekijk de powerpoints, onderzoeken en tips die aan bod kwamen tijdens deze sessie op deze Mural

Een korte introductie in ontwikkelingsleeftijden

Hoe zit het ook alweer met de ontwikkelingsleeftijd van mensen met een verstandelijke beperking? Om te zorgen dat alle deelnemers met dezelfde informatie de rest van de sessie ingaan, geeft Sonja het woord aan orthopedagoog Merle Wilmink (werkzaam bij Levvel).

“De definitie van verstandelijke beperking bestaat uit twee delen: cliënten hebben een beperking op cognitieve ontwikkeling en adaptieve vaardigheden. Het niveau binnen deze twee gebieden kan erg uiteenlopen. Iemand kan bijvoorbeeld als 6-jarige functioneren op het ene vlak, en als 2-jarige op het andere vlak.”

Kunnen, weten en aankunnen

“Daarom maken we aan de hand van het omgekeerde kegelmodel [inversief conusmodel] onderscheid tussen kunnen, weten en aankunnen. Het kunnen is zichtbaar: een cliënt kan de tafel dekken of zijn mobiele telefoon instellen. Het weten is minder goed zichtbaar: een cliënt kan vaak veel meer dan je zou verwachten op grond van wat ze weten. Aankunnen is het moeilijkst zichtbaar: dat verwijst naar emotionele ontwikkeling.”

“Een voorbeeld: als iemand overleden is, dan begrijpt een cliënt dat goed. Hij weet het en kan het ook vertellen aan anderen. Maar de cliënt vindt het lastig om passende emoties te uiten. Hij weet niet goed of hij de hele dag moet huilen, moet praten of grapjes moet maken. Dat brengt spanningen met zich mee. Of de cliënt ergens mee kan omgaan, is dus altijd een belangrijke vraag.”

Merle gebruikt het omgekeerde kegelmodel in de praktijk naast de schaal voor emotionele ontwikkeling, om verschillende ontwikkelingsfasen van cliënten in beeld te brengen. “Bekijken we lastig gedrag vanuit emotionele ontwikkeling, dan is het misschien gewoon normaal gedrag.” Ze past het ook toe in combinatie met sociale media. “Als we het ontwikkelingsniveau van een cliënt kennen, kunnen we hem of haar beter helpen met passende interventies. En uitleg geven over belangrijke thema’s, zoals loverboys.”

Emotionele ontwikkeling is dynamisch, ook bij jou

De tweede spreker is Pieter Frederix, onderzoeker Inclusive Society aan de Hogeschool UCLL. Hij onderzoekt de invloed van emotionele ontwikkeling op online gedrag en ontwikkelde een handelingskader. Hij zet het publiek aan het denken met een voorbeeld. “Bedenk je dat je op een stressvolle dag plotseling met pech langs de weg komt te staan. Wat is het eerste dat door je hoofd gaat op zo’n moment?”

De reacties van de deelnemers – verhoogde hartslag, vloeken, paniek, stress en even uitblazen – zijn treffend. “Emotionele ontwikkeling is iets dynamisch”, legt Pieter uit. “In panieksituaties vallen we wel eens tijdelijk terug in een lagere emotionele ontwikkeling. Maar we herpakken ons snel en bellen de wegenwacht. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen dat niet altijd. We moeten hen daarbij ondersteunen.”

Liever luisteren? Beluister het gesprek met Pieter:

Handelingskader bij online risicogedrag

Pieter: “Soms overschatten we onze cliënten. Daardoor komen we niet verder en raken cliënt en professional gefrustreerd. Daarom is het belangrijk om te kijken naar emotionele ontwikkeling en naar wat iemand op bepaalde moment aankan.” Pieter ontwikkelde daarvoor een handelingskader bij online risicogedrag. Daarin worden vier handelingsstrategieën onderscheiden: structuur en grenzen, afstand en nabijheid, communicatie, en activiteiten.

Daarnaast is het volgens Pieter belangrijk om de behoefte achter gedrag te zoeken. Want als je weet welke behoefte een cliënt heeft, kun je daarop inspelen. “Een cliënt wilde bijvoorbeeld heel graag online dingen doen, tegelijkertijd werd hij rustig van in de natuur zijn. De oplossing was een boswandeling met zijn begeleider en ondertussen Pokémons vangen of geocaching spelen. Met verbieden om online mee te doen, verdwijnt de behoefte niet. Daarom is het belangrijk om alternatieven te bieden.” Daarvoor heeft de professional geen ‘knoppenwijsheid’ nodig. “We kunnen cliënten zelf uit laten leggen hoe TikTok of BeReal werkt, of met ze meekijken als ze online dingen doen.”

Naast het handelingskader, is Pieter nu bezig met het ontwikkelen van tools die helpen omgaan met online risico’s. “Die helpen ons straks bij het analyseren van de behoefte van een cliënt en het daarop aansluiten in communicatie. Door grenzen te bewaken, of de teugels te laten vieren als dat kan. Offline zijn we heel goed in grenzen stellen, afspraken maken en interventies opstellen. Het is zaak dat we dat doortrekken naar online.”

“Ook als je een beperking hebt, ga ervoor!”

De deelnemers kijken voor de pauze samen naar een portret en de muziek van Jolan van Zanten. Onder meer bekend van zijn optreden tijdens de Special Media Awards. Op een creatieve manier maakt hij de thema’s in zijn leven bespreekbaar. Zoals een rap over zijn Wajong-uitkering, waarmee hij duidelijk maakt dat je je niet moet schamen als je daarvan afhankelijk bent. En een rap over online haatberichten: ‘Hater’. Zijn boodschap: “Jouw doel is jouw doel, ook als je een beperking hebt. Ga ervoor!”

Aan de slag met een praktijkvoorbeeld

Na de pauze passen de deelnemers hun opgedane kennis toe op een praktijkvoorbeeld. De casus: een jongen wordt verliefd op de kassière in de supermarkt en gaat in zijn online contact grenzen over, waarna de kassière aangifte doet vanwege stalking. De deelnemers gaan uiteen in vijf groepen. Voor de ene helft gaat de casus om een jongen met de ontwikkelingsleeftijd van 18-36 maanden en de ander groep gaat uit van 7-12 jaar.

Wat zouden de eerste drie stappen zijn die jij zou zetten? Wat zou een passende aanpak zijn? En hoe zou je preventief te werk kunnen gaan? Daarover gaan de deelnemers in gesprek onder leiding van Anke Donders (mediacoach en trainer bij ASVZ), Niels Bloembergen (zorginnovator en oprichter van de Mediajungle), Linda Vergouwen (opleidingsadviseur en mediacoach bij Gors en oprichter van Socialmedia Juf), Hessel Rienstra (adviseur mediawijsheid bij ’s Heeren Loo) en Evelyn Verburgh (specialist mediaopvoeding en mediawijsheid en eigenaar van Vitamine Eef).

Contact, grenzen en nieuwsgierigheid

De belangrijkste inzichten worden na afloop plenair gedeeld. Bij de meeste groepen is contact het vertrekpunt. Cliënten hebben behoefte aan autonomie, willen zelf een rol spelen. Die kans moeten we ze geven door ze te betrekken bij het gesprek. Dat kan met een begeleider zijn, maar ook met iemand uit zijn familie of zelfs met andere cliënten. Kijk goed bij wie de cliënt zich het meest op z’n gemak voelt.Daarnaast is het stellen van grenzen belangrijk: we moeten belichten dat behoefte aan seksualiteit heel gewoon is, maar ook grenzen aanleren en kaders stellen. En uitleggen hoe je wél contact met iemand kan zoeken. Het is goed om samen af te spreken hoeveel tijd iemand online mag besteden, zodat slaap of werk en niet onder lijdt. Zorg hierbij dat de communicatie en aanpak aansluit bij de ontwikkelingsleeftijd.

Ten slotte moeten we nieuwsgierig zijn: de cliënt bevragen, een onderzoekende houding aannemen en achterhalen welke behoefte eronder ligt. Erken de behoeftes en zoek naar alternatieve oplossingen (denk aan offline alternatieven of aan ABC date).

Gouden tips

Merle en Pieter zijn onder de indruk. “Goed om te zien dat iedereen hier al heel goed rekening houdt met communicatie, structuur en autonomie”, zegt Merle. “En dat het in contact staan met de cliënt en verbinding maken zo vaak wordt benoemd”, vult Pieter aan. “Dat zorgt voor openheid en mogelijkheden, in plaats van voor beperkingen. Blijf vooral creatief naar oplossingen zoeken binnen de kaders.” De laatste gouden tip? Luister goed naar de cliënt, houd contact met de cliënt en geef ze een plek in de maatschappij. En blijf genieten van deze doelgroep, want die is zo onwijs leuk!

Ten slotte deelt ook Sonja een aantal concrete tips om aan de slag te gaan met mediawijsheid:

Met een zelfgeschreven lied van Reinier komt er een einde aan de sessie:

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.