De Netwerkmaatschappij deel 31: Wat wij zagen

Wat als een meningsverschil, het ondermijnen van de ander wordt? Het Boekenweekgeschenk ‘Wat wij zagen’ van Hanna Bervoets zet aan het denken over tijden van polarisatie en ‘geloof’. In deel 31 van De Netwerkmaatschappij laat ik zien waarom dit boekje een geschikt handvat vormt voor leraren om te discussiëren over de meer bizarre standpunten op internet.

Geloof

In ‘De eeuw van mijn vader’ beschrijft Geert Mak hoe het dorp van zijn voorvaderen verscheurd raakte. Een deel van de bevolking – onder leiding van hun dominee – vond dat de slang in de Bijbel écht kon praten. Een ander deel van de plaatselijke bevolking vond dat het “praten” overdrachtelijk was bedoeld. Het was genoeg reden voor de héle bevolking om een kant te kiezen, want iedereen geloofde – zij het vanaf dat moment al dan niet in de pratende slang.

Bekend

Het bovenstaande komt me nu wel heel bekend voor. Iedereen kent via de (sociale) media de discussies waarin het bestaan van allerlei zaken – zoals Corona – wel of niet in twijfel getrokken worden. Er is sprake van een vergaande polarisatie, dat kun je concluderen uit de felheid van de discussies. Velen hebben geen onderbouwing voor hun standpunt nodig: men gelooft.

‘Wat wij zagen’

In ‘Wat wij zagen’ beschrijft Hanna Bervoets hoe haar hoofdpersoon Kayleigh komt te werken voor een bedrijf dat mogelijk controversiële uitingen moet filteren voor een groot, niet bij naam genoemd digitaal platform. De omslag van het boekje is prachtig, even ongenaakbaar als de inhoud. Het biedt een ideale aanleiding om te discussiëren over de meer bizarre standpunten die opgeld kunnen doen in een digitale omgeving.

Binnen een groep IRL [in real life, red.] binnen een klas zal een leerling houvast vinden bij de mening van vrienden. Verzamel die boekjes bij de leraren, leg ze bij elkaar en je hebt één of meerdere klassensets. De boekjes blijven deze maand juni nog gratis beschikbaar bij 15 euro aankoop in de boekhandel.

Het verhaal

Kayleigh leert snel welke criteria het bedrijf aanhoudt voor het beoordelen van content. Content die zij op den duur moeilijk meer van haar netvlies kan krijgen. Van zelfverminking tot holocaustontkenning, het komt allemaal voorbij. Bervoets kan het: in korte zinnetjes een heel beeld oproepen. Wat ik veelzeggend vond was de tegenstelling tussen het vriendengroepje – waar Kayleigh inmiddels deel van was gaan uitmaken – en de content die zij moesten evalueren. De menselijkheid in hun onderlinge relaties stond op het spel.

Ze wordt verliefd op collega Sigrid. Bervoets beschrijft het begin van hun relatie: “We verkeerden, geloof ik, in dat stadium van een relatie waarin gesprekken soms nog iets van interviews weg hebben, hielden van die eindeloze conversaties die verraden dat de hoeveelheid liefde die je voor elkaar voelt niet bepaald strookt met de hoeveelheid informatie die je over elkaar hebt … ”.

Op een gegeven ogenblik, tijdens het werk, zien Kayleigh en haar collega’s een man op het dak van een flat naast hun gebouw. Meteen is iedereen bezorgd: zou hij gaan springen? Een collega gaat erop af, maar even later zijn er meerdere mannen op het dak en blijken het bouwvakkers te zijn die er iets repareren. De werkelijkheid van hun schermen zien zij steeds meer in het echt. ‘Wat zij zagen’ is hun wereldbeeld gaan bepalen. Van mening verschillen wordt het ‘ondermijnen’ van de ander.


Volgens Sherry Turkle
In ‘Wat wij zagen’ wordt griezelig goed beschreven wat Turkle in haar recente boek The Empathy Diaries verwoordt:

“Wanneer de wereld in simulatie tot ons komt, verliezen we een gevoel van wat eronder ligt.” (pagina 333)

“We reduceren onszelf tot objecten wanneer we worden aangesproken door computer-gegenereerde tekst of stemmen, omdat we om begrepen te worden alleen kunnen reageren op manieren die dergelijke objecten kunnen begrijpen. Wanneer we als objecten worden behandeld, worden we aangemoedigd om elkaar en natuurlijk onszelf te objectiveren.” (pagina 341)

Turkle is als socioloog en psychotherapeut gespecialiseerd in de relatie tussen mens en technologie en al vele jaren hoogleraar aan het MIT. In haar boek beschrijft zij haar leven en de beginjaren van haar academische carrière.


Conclusie

Er is een overeenkomst tussen een gemeenschap die verdeeld raakt over een sprekende slang en een (veel grotere) gemeenschap die verdeeld raakt over de interpretatie van nieuws uit heden en verleden. Dat is de mate waarin er stellingen betrokken worden, waarin er per sé geloofd moet worden – ook als de waarheid makkelijk te achterhalen is. Want die komt er bijvoorbeeld op neer dat Corona al miljoenen doden heeft veroorzaakt en dat de ziekenhuizen vol lagen. Wat betreft de Holocaust: de geschiedenis herschrijven is meer iets voor gelovigen met heel kwade bedoelingen.

De grote verdienste van ‘Wat wij zagen’ is dat het een handvat biedt om een klas een mening te laten vormen over datgene wat jongeren op hun schermen te zien en te horen kunnen krijgen. De mening van de docent en medeleerlingen – van mens tot mens – biedt houvast in tijden waarin digitaal al te veel op losse schroeven kan komen te staan.

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.