Net als iedereen maken kinderen en jongeren met een (licht) verstandelijke beperking (LVB) graag en veelvuldig gebruik van allerlei digitale media. Een LVB betekent dat deze jeugdigen een IQ hebben tussen 50 en 85 en dat aanpassen aan de sociale omgeving voor hen niet vanzelfsprekend is. Door de verstandelijke beperking hebben ze meer moeite met leren en onthouden, sociale interacties en beheersen van hun emoties. Praktische zaken als reizen, lezen of schrijven en ook het gebruik van digitale media zijn lastig om uit te voeren.
Deze Bitefile is geschreven door Peter Nikken. Een overzicht van alle gebruikte bronnen vind je hier.
Hoewel ook bij het gebruik van digitale media dus extra ondersteuning nodig is, is er tot op heden nog weinig bekend over waar jeugdigen met een LVB dan behoefte aan hebben en welke ondersteuning effectief is. Netwerk Mediawijsheid heeft daarom Jeugd & Media Advies gevraagd een overzicht te geven van wat recent onderzoek naar media-interventies bij jongeren met een LVB heeft opgeleverd en wat nog verder onderzocht moet worden.
Media-interventies
We starten het overzicht met een blik op media-interventies. Een media-interventie is een systematische aanpak om bij een bepaalde groep met bepaalde karakteristieken bepaalde problemen met mediagebruik te helpen voorkomen of voordelen te bevorderen. Kenmerkend voor jeugdigen met een LVB zijn factoren als goedgelovigheid, beperkter veiligheidsbewustzijn, moeite met inschatten van risico’s en gevolgen en verhoogd impulsief gedrag. Deze kenmerken vertalen zich naar mindere digitale vaardigheden. Media-interventies zouden jeugdigen met een LVB dan ook moeten kunnen ondersteunen bij het gebruik van digitale media en bijvoorbeeld ingaan op zaken als:
- het managen van de tijd die ze aan media besteden, bijvoorbeeld het tegengaan van eindeloos scrollen op social media, of heel lang achter elkaar videogames spelen;
- het helpen begrijpen van teksten en andere vormen van informatieoverdracht, bijvoorbeeld bij te lange zinnen, moeilijke woorden, complexe zinsconstructies, of onduidelijke emoticons en infographics;
- ondersteunen bij tekst lezen, bijvoorbeeld bij te klein lettertype, slecht contrast of drukke lay-outs;
- helpen navigeren op websites, bijvoorbeeld bij onoverzichtelijke lay-outs, inconsistente navigatie, en slechte etikettering;
- ondersteunende technologie (assistive technology) bieden, bijvoorbeeld bij lastig te bedienen schermlezers, sneltoetsen, onduidelijke ondertiteling, slecht verstaanbaar geluid of andere toegankelijkheidshulpmiddelen;
- helpen hoe informatie aan te leveren, bijvoorbeeld bij onduidelijke online vragenlijsten of formulieren met onduidelijke instructies of bij veel stress veroorzakende tijdsdruk;
- inzicht geven in veiligheid en privacy, zoals te gemakkelijk persoonlijke informatie delen waardoor ze slachtoffer worden van online oplichting, fraude, sexting en andere veiligheidsproblemen of betrokken raken bij cyberpesten, zowel als slachtoffer en of als dader.
Uitsluiting is niet wenselijk
Door hun beperking hebben jeugdigen met een LVB in de omgang met digitale media een grotere kans op buitensluiting in de online omgeving. Aan de ene kant, zoals hierboven aangegeven, doordat zij zelf minder goed toegang hebben doordat digitale media te complex zijn. Anderzijds is uitsluiting ook mogelijk doordat de buitenwereld hen minder toegang verschaft. Ouders, leerkrachten of verzorgers beperken vaak de toegang en het gebruik van digitale media voor jeugdigen met een LVB in de hoop daarmee risico’s te voorkomen.
Volgens onderzoek verschillen de perspectieven van verzorgers en mensen met een LVB wezenlijk op punten als nut van toegang tot digitale media, hoe ondersteuning geboden kan worden en welke apps of media voor hen geschikt zijn. Over het algemeen lijken de ingrepen van personen rond jeugdigen met een LVB dan ook niet heel effectief en ondersteunend aan de behoeften van de jongeren.
Media afpakken of internet-toegang afsluiten is lang niet altijd behulpzaam, omdat de mogelijke kansen van digitale media daardoor niet benut kunnen worden en omdat het jeugdigen met een LVB niet helpt te leren hoe ze wel goed met online problemen om kunnen gaan. Bij veel restrictief optreden treedt dan ook een averechts effect op: jeugdigen zijn vaak eerder geneigd om eventuele online problemen te verzwijgen en verder geen hulp te zoeken. Echt systematisch inzetten op het mediawijs maken van de doelgroep via media-interventies lijkt dus een betere aanpak. De vraag is dan wel hoe dat het beste kan en of de wetenschap daarin kan helpen.

Wat werkt wel?
Om antwoord op deze vraag te geven is voor deze Bitefile gebruik gemaakt van twee bronnen met overzichten van wetenschappelijke studies.
Als eerste is gekeken naar een database met internationale studies naar media-interventies voor kinderen en jongeren die is opgebouwd in het project Digable dat door de Vrije Universiteit wordt geleid. In die database waren ‘slechts’ zes van de 120 media-interventie-studies specifiek gericht op het versterken van mediawijsheid bij kinderen of jongeren met een ‘verstandelijke’ beperking. Dat wil zeggen een studie gaat echt over jongeren met een LVB; de andere vijf studies richten zich op jongeren met een cognitieve beperking, hersenletsel of spraakstoornis, of op ouders en leerkrachten van kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een ontwikkelingsprobleem. Eén van de zes studies is ook redelijk recent gepubliceerd, namelijk in 2024, de andere studies dateren uit de periode 2013 tot 2018.
Om meer (recent) onderzoek te vinden naar media-interventies gericht op jeugdigen met een LVB is daarom vervolgens via Google Scholar gezocht naar andere recente review-studies. Die tweede zoektocht naar wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd sinds 2021, leverde één media-interventie-studie op gericht op jeugdigen met een LVB. Deze reviewstudie ging echter niet zozeer om het versterken van mediawijsheid, maar beschreef 44 individuele studies naar het effect van het gebruik van een (educatieve) digitale toepassing op het cognitief functioneren en het gedrag van kinderen en adolescenten met een LVB. Die studie ging dus meer in op ‘Assistive technology’ voor de doelgroep. Daarnaast leverde de Scholar zoektocht zeven review-studies op die een systematische beschrijving geven van eerder onderzoek naar hoe volwassenen met een LVB met digitale media omgaan of hoe de omgeving daarop van invloed kan zijn. Deze zeven review-studies beschreven samen ruim 200 individuele studies.
Weinig onderzoek beschikbaar
Wat als eerste opvalt in de wetenschappelijke (review)studies is dat er dus feitelijk weinig onderzoek is gedaan naar media-interventies gericht op jeugdigen met een LVB. Van alle 120 studies naar interventies die mediawijsheid bij jeugdigen zouden moeten verbeteren, is maar 5% gericht op jongeren met een cognitieve beperking en slechts 1% daadwerkelijk op jeugdigen met een LVB. Deels is dit wellicht het gevolg van het feit dat er sowieso weinig media-interventies zijn voor jeugdigen met een LVB, maar mogelijk ook doordat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek is verricht naar de interventies die er wel zijn.
Veel aandacht naar positieve rol van media
In de tweede plaats valt op dat er in het onderzoek gericht op jeugdigen en volwassenen met een LVB veel aandacht uitgaat naar de positieve rol van media voor communicatie en sociale participatie. Vier review-studies bevestigen dat pesten, uitbuiting, technische hindernissen en stress minder prettige ervaringen zijn die volwassenen met een LVB regelmatig ervaren als zij online zijn en bijdragen aan een gevoel van uitsluiting. Maar minstens vier review-studies concluderen ook dat digitale media door volwassenen met een LVB vooral gebruikt worden voor het onderhouden van bestaande contacten en het aangaan van nieuwe contacten, waardoor hun autonomie wordt versterkt en het gevoel van ‘erbij horen’ toeneemt.
Vier individuele studies tonen bovendien aan dat het inzetten van een gerichte media-interventie jongeren met een cognitieve beperking of ontwikkelingsstoornis kan helpen om beter via digitale media te kunnen communiceren. De ene interventie gericht op jongeren met een LVB leerde hen gebruik te maken van email via een Windows desktop computer, laptop, en iPad, terwijl de andere drie studies aantonen dat jeugdigen met spraakproblemen, hersenletsel, of cognitieve beperking na inzet van een media-interventie vooruit gaan in sociale participatie. Zij maakten meer gebruik van sociale media, hadden daar meer positieve ervaringen mee, en voelden zich meer gesteund door hun omgeving.
Jongeren zeiden ook dat een een-op-een training gericht op de thuissituatie voordelen had ten opzichte van een training die op school werd gegeven.
Kortom, media-interventies hebben de potentie om jeugdigen met een LVB meer positief gebruik te laten maken van digitale media en met name online contact onderhouden te verbeteren. Kanttekening bij deze studies is wel dat er over het algemeen maar weinig jeugdigen of volwassenen aan de studies meededen en dat de methodes van de studies om effecten of verschillen aan te tonen niet altijd de sterkste methodes waren. Daarnaast zijn meestal alleen kortetermijneffecten getoetst en niet of nauwelijks langetermijneffecten. Ook is er nog weinig aandacht voor wat moderne media-apparaten als smartphones en tablets voor het onderhouden van contacten door jeugdigen met een LVB kunnen betekenen.
Tot slot moet erkend worden dat de inzet van interventies zeer arbeidsintensief en tijdrovend kan zijn, wat een beperking is om ze ruim in te zetten. Meer onderzoek naar wat media-interventies op de langere termijn voor het mediawijs gebruiken van hedendaagse media kunnen betekenen en hoe dat effectief kan is dus gewenst.

Welzijn verbeteren met media-devices
Een derde conclusie op basis van de literatuur is dat voor het welzijn van mensen met een LVB media-devices effectief ingezet kunnen worden. Volgens een reviewstudie van onderzoek naar het effect van zogenoemde ‘Assistive technology’ kunnen media voor mensen met een LVB op meerdere levensdomeinen ondersteunend zijn.
- In het onderwijs levert de inzet van speciaal ontwikkelde digitale media, met name video’s en games, de mogelijkheid om gericht informatie over te brengen die aansluit op de behoeften en capaciteiten van jeugdigen met een LVB. Een andere reviewstudie van het effect van digitale interventies op het cognitief functioneren en gedrag van jeugdigen met een LVB liet inderdaad zien dat het systematisch aanbieden van digitale informatie, in ieder geval op korte termijn, een positief effect kan hebben. De meeste interventies gebruikten serious gaming als manier om vaardigheden aan te leren, terwijl andere interventies meer leunen op videomateriaal. Door inzet van allerlei digitale puzzels en opdrachten was er een significante verbetering te zien van:
- de executieve functies, zoals het herinneren van zaken, redeneren en plannen;
- cognitieve vaardigheden, zoals focussen op bepaalde dingen of rekenen;
- taalvaardigheid; en
- sociale vaardigheden en aardig gedrag.
- In het dagelijks leven kunnen speciale applicaties ook ondersteunend zijn bij het gebruik van digitale media voor entertainment. Algoritmen van bestaande sociale media en YouTube gaan uit van gebruikers zonder LVB, maar er zijn enkele voorlopig experimentele applicaties ontwikkeld die keuzes voor passend videomateriaal mogelijk maken en keuzestress bij mensen met een LVB helpen tegengaan.
- Op het gebied van werk zijn er ook applicaties ontwikkeld die mensen met een LVB ondersteunen bij het uitvoeren van taken, bijvoorbeeld door hen die taken in simpele opeenvolgende stappen te laten uitvoeren. De techniek maakt werk daardoor overzichtelijker en minder gehaast waardoor werkplezier en algemeen welzijn toeneemt.
- Speciale applicaties die rekening houden met de beperkingen en behoeften van mensen met een LVB kunnen ook ondersteunend zijn in het openbaar vervoer. Hierdoor kan men makkelijker zelfstandig reizen en kan ook het gevoel van zelfstandigheid en welzijn toenemen.
- Tot slot, is er volgens de reviewstudie naar Assistive technology ook op het gebied van online aankopen digitale ondersteuning mogelijk. Een experimentele speciale applicatie kan op basis van kenmerken van de gebruiker effectief meedenken over wat voor goederen het best bij die persoon passen.
Opgemerkt moet worden dat de meeste keuze-ondersteunende applicaties die in de review-studies worden besproken nog nauwelijks wijdverbreid beschikbaar zijn. Veel applicaties zijn experimenteel. De relatief kleine omvang van mensen met een LVB ten opzichte van de algemene populatie maakt het voor de tech-industrieën of andere ondernemers vaak niet interessant om te investeren in de ontwikkeling van assistive technology voor deze doelgroep.
Verder is er nog nauwelijks goed onderzoek naar de effectiviteit van zulke technologieën en wat precies de werkzame kenmerken van die technologieën zijn voor volwassenen of jeugdigen met een LVB. Een andere mega-review-studie waarin 84 eerdere review-studies van assistive technology tegen het licht gehouden worden beaamt dit; in de afgelopen decennia is de methodologische kwaliteit van review-studies wel iets verbeterd, maar zijn er nog steeds ernstige beperkingen waardoor weinig gezegd kan worden over de effectiviteit van assistive technology-interventies bij de doelgroep.
De rol van ouders en leerkrachten…
Tot slot, als vierde, valt op dat onderzoek naar media en jeugdigen met een beperking ook ingaat op de rol van ouders en leerkrachten of andere verzorgers. Zo onderzocht een review-studie de ervaringen die ouders van kinderen met een beperking hebben bij het gebruik van online platforms met informatie over hun beperking. Deze review vergeleek de uitkomsten van 17 individuele studies – de meeste exploratief, en vaak kwantitatief van aard – en concludeerde dat ouders zulke platforms vooral gebruiken om kennis te vergaren en om sociale ondersteuning te krijgen.
De vraag is echter of dit effectief bijdraagt aan het welzijn en kennis van de ouders. Veel ouders uiten namelijk ook zorgen als onvoldoende toegang door taalbarrières, privacy problemen, en suboptimale advisering, bijvoorbeeld door te weinig ervaren inleving met hun situatie bij online contact met zorgprofessionals.
Vooral oudere en praktisch opgeleide ouders maakten minder gebruik van de online informatie om hun kind met een beperking te kunnen ondersteunen.
![]()
… En hoe die te vergroten
Dat ouders en leerkrachten van kinderen met een beperking wel goed ondersteund kunnen worden en hun eigen mediawijsheid kunnen versterken zodat zij de kinderen beter kunnen begeleiden blijkt wel uit twee individuele media-interventie-studies. Een Italiaanse trainingsprogramma hielp leerkrachten in het speciaal onderwijs om beter digitale media in te kunnen zetten in hun lessen en zo effectief bij te dragen aan de mediawijsheid van hun leerlingen.
Thaise ouders met kinderen met ontwikkelingsproblemen, tot slot, scoorden significant beter op een mediawijsheid-test na een meerdaagse training dan vergelijkbare ouders die geen training hadden gevolgd. Zulke gerichte trainingen vragen echter veel inzet en tijd van zowel de deelnemende ouders of leerkrachten als van degenen die de interventie bij hen inzetten. Ook is bij deze studies niet bekend wat de langetermijneffecten van de interventies zijn op de mediawijsheid van de leerlingen in het speciaal onderwijs en de kinderen met een ontwikkelingsstoornis.
Samengevat; dit valt er op
- Concluderend valt dus op dat er feitelijk nog heel weinig onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van media-interventies voor jeugdigen met een LVB, laat staan dat we weten wat hierbij de werkzame elementen zijn.
- Wel lijkt het erop dat interventies positief kunnen uitwerken op hoe jeugdigen online contacten kunnen onderhouden, dat digitale media ingezet kunnen worden om kennis en informatie bij te brengen, en dat ondersteuners van jeugdigen met een LVB via interventies gesterkt kunnen worden.
- Meer methodologisch verantwoord onderzoek is echter nodig om hier met meer zekerheid uitspraken over te doen.
Wat nu?
Het is wenselijk dat bestaande of nieuw te ontwikkelen media-interventies meer onderzocht worden op hun werkzaamheid voor jeugdigen met een LVB. Daarbij moeten ook nieuwe thema’s aandacht krijgen. Het onderzoek heeft, voor zover te overzien, tot dusverre nog geen aandacht besteed aan problemen waar jeugdigen met een LVB vaak tegen aan lopen, zoals sociale media- of game-verslaving, cyberpesten, uitbuiting en oplichting of gebruik van ongeschikte media-inhouden (bijvoorbeeld seks, geweld). Juist bij die problemen is ondersteuning gewenst. Wetenschappers, zorginstanties en organisaties die mediawijsheid willen versterken moeten hiertoe de handen ineen slaan en gericht gaan samenwerken.
Beleidsinstanties zouden mediawijsheid voor jeugdigen met een LVB hoger op de agenda kunnen zetten en financiering voor media-interventies, inclusief onderzoek mogelijk maken.

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.