Hoe start je het nieuwe schooljaar digitaal gezond?Verslag van de webinar 'Digitale balans in het onderwijs'

Tijdens de coronacrisis en door les op afstand is ons schermgebruik sterk toegenomen. Ook in het onderwijs. Dit kan leiden tot stress, weinig lichaamsbeweging of zelfs lichamelijke klachten. Hoe helpen we leerlingen en leraren om digitaal in balans te zijn? En wat is digitale balans eigenlijk? In een webinar van Kennisnet en Netwerk Mediawijsheid deelden experts en ervaringsdeskundigen op 23 september hun tips.

Het doel was: bewustwording van de invloed van technologie op de dagelijkse gang van zaken. In de klas, maar ook thuis. Aan het woord waren onder meer Tony van Rooij van het t Trimbos Instituut, Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut en pedagoog Joop Berding.

“Veel deelnemers vinden het moeilijk om de digitale balans te vinden.”

Digitale (dis)balans

Remco Pijpers startte met een vraag aan alle deelnemers: “Hebben jullie weleens een moment gehad waarop je digitaal de balans kwijt was?” In de chat komen verschillende antwoorden voorbij: terugkomen van vakantie en jezelf voornemen om de vakantieflow te behouden, maar aan het einde van de dag weer terug bij af te zijn. Of zo veel (zakelijke) mail op een dag dat je het overzicht verliest. Of een dag thuiswerken waarbij je de hele dag naar je scherm kijkt, met te weinig afleiding en pauzes. Een van de deelnemers deelt haar worsteling in het onderwijs: “Als ik voor de klas sta, wil ik dat studenten de aandacht bij de les hebben en niet bij hun telefoon. Maar de school bedenkt meer en meer zaken waarbij je als docent je telefoon nodig hebt en niet het goede voorbeeld kunt geven.”

Grip op schermgebruik

Veel deelnemers vinden het moeilijk om de digitale balans te vinden. Spreker Peter Nikken is specialist op het gebied van jeugd, media en mediaopvoeding bij het Nederlands Jeugdinstituut. Hij onderzoekt verschillende aspecten over jeugd en media, zoals: hoe begeleiden ouders hun kinderen bij het omgaan met media? Een aantal jaren geleden onderzocht hij wat ouders het lastigste vinden aan opvoeden. De top tien werd gedomineerd door vraagstukken rondom media, zoals te lang beeldschermgebruik, verveeld zonder beeldscherm en zeuren om media. Peter: “Ouders zijn verantwoordelijk voor het mediagebruik van hun kinderen. Zij halen de schermen in huis. Maar we ontkomen er in deze tijd ook niet aan om beeldschermen te gebruiken. Kinderen maken huiswerk via een online leeromgeving, ze videobellen met opa en oma. De online wereld is onderdeel geworden van de offline wereld. De grote vraag is: hoe vinden we de balans?”

De balans is moeilijk te vinden en nog moeilijker om vast te houden. Peter vervolgt: “We zijn constant bezig met nieuwe informatie en nieuwe prikkels. Het gemak van een klein schermpje is heel verleidelijk. Kinderen en jongeren zijn hier nog gevoeliger voor dan volwassenen. Zij zitten in hun ontwikkelingsfase en hebben een grote honger naar het ontdekken van de wereld.” Freek Zwanenburg vult aan: “De werking van dopamine en smartphones, en de verleidingstrucs van de industrie (denk aan notificaties en infinite scrolling), zouden een vast onderdeel van school en opvoeding moeten zijn. Schermgebruik gaat vaak onbewust, en daar moeten we kinderen bewust van maken. Dan kunnen zij én wij er meer grip op krijgen.”

Balans tussen schermen en spelen

Vanuit de verslavingszorg wordt ook veel onderzoek gedaan naar schermgebruik. Peter laat aan de hand van een grafiek zien dat je vanaf vierjarige leeftijd al onderscheid ziet tussen jongens en meisjes. Jongens richten zich over het algemeen meer op gamen, meisjes op social media. En hoe meer kinderen bezig zijn met schermen, hoe minder tijd ze hebben voor andere activiteiten. Terwijl slapen, bewegen en sociale activiteiten juist zo belangrijk zijn voor ze zijn. Peter: “Mediagebruik is niet per se slecht, maar je moet het afzetten tegen andere activiteiten. Een gezonde levensstijl met voldoende slaap en beweging is cruciaal. Als kinderen dan ’s avonds even gamen, is dat niet gelijk erg. Als het maar in balans is.”

“We moeten kinderen de tijd gunnen om zichzelf te ontwikkelen en de complexe wereld rustig te verkennen. Snelheid is geen goed criterium om te waarderen wat kinderen doen.”

Het blijft een psychologisch vraagstuk, dus Peter Nikken sluit daarom ook niet af met een conclusie. “Vroeger waren kinderen tv-verslaafd. Daar maakten opvoeders zich ook zorgen over. We kunnen niet meer om de technologie heen, maar we moeten er met z’n allen voor zorgen dat we er bewust mee omgaan”, zegt Peter.

Geduld in een snelle wereld

Pedagoog Joop Berding neemt het woord over en pleit voor het belang van geduld in dit tijdperk van versnelde technologische ontwikkeling. Joop werkte lang in en rond het onderwijs, de laatste elf jaar tot aan zijn pensioen in 2017 als hogeschooldocent en onderzoeker op Hogeschool Rotterdam. Joop: “De technologie biedt veel voordelen, maar ook serieuze nadelen. Zeker als je kijkt naar opvoeding en onderwijs. De wereld van nu, waarin alles mogelijk is, brengt een wens van snelheid met zich mee. Als je tegenwoordig zin hebt in een zak chips, laat je die binnen tien minuten thuis bezorgen. Die behoefte aan snelheid moeten we niet willen in het onderwijs. We moeten kinderen de tijd gunnen om zichzelf te ontwikkelen en de complexe wereld rustig te verkennen. Snelheid is geen goed criterium om te waarderen wat kinderen doen. Kinderen worden soms opgejut door de leraar: snel opruimen, snel in de kring zitten, snel een som maken. Sommige kinderen doen dingen niet graag snel, maar liever netjes. Introverte kinderen willen bijvoorbeeld de zaak eerst rustig bekijken, de kat uit de boom kijken. Als je de focus legt op snelheid, sneeuwen andere kwaliteiten onder. En zo mis je misschien wel een belangrijk talent.”

Je schoolloopbaan is een marathon, geen sprint

Joop ziet in het onderwijs twee factoren die met elkaar botsen: kloktijd (het rooster, vakken, leerplan) en de beleving van de tijd. Tijd die je nodig hebt voor wat jij graag op je eigen manier en op je eigen tempo wilt doen. Joop: “De kloktijd krijgt steeds meer de overhand: we moeten alles afkrijgen zonder dat we waarde hechten aan de tijd zelf. Er mag wel meer ademruimte zijn. Je kunt het zo zien: je onderwijsloopbaan is een marathon, maar wij maken er sprintjes van. We hebben op microniveau een goed beeld van hoe kinderen presteren met toetsen en leerlingvolgsystemen. Maar dat moet niet de overhand krijgen.”

Recht op stilte en rust

“Er is een enorme voortdurende afleiding”, vervolgt Joop. “De afleiding schuift de hele dag door je scherm in. In het boek ‘De wereld buiten je hoofd’ beschrijft Matthew Crawford het recht om niet te worden afgeleid. Hij vergelijkt stilte en rust met schone lucht. Iedereen heeft recht op schone lucht. En zo zou iedereen ook recht moeten hebben op stilte en rust. Denk bijvoorbeeld aan stilteruimtes of stilteperiodes op school.” Docent Liesbeth Breek is al meer dan 28 jaar werkzaam in het voortgezet onderwijs en vult aan met een voorbeeld uit de praktijk: “Bij ons op school zijn telefoons niet verboden, maar aan het begin van de les verzamel ik ze in een tas. We starten iedere les met een slow looking opdracht. Ik projecteer een foto en daar kijken leerlingen in alle rust naar. Samen analyseren we de foto. Zo beginnen we de les in rust en concentratie. De leerlingen vinden dat heerlijk.”

Er komt veel op het onderwijs af: maatschappelijke eisen, politieke verlangens zoals de ontwikkeling van het nieuwe curriculum. Joop: “Als school is het goed om kritisch naar je missie te kijken. Leraren mogen zelf ook nadenken over hun voorbeeldfunctie. Als je kinderen zelf door een schooldag heen jaagt, nemen kinderen jouw houding over. Focus niet op die snelheid, maar focus op gezondheid en de balans tussen draaglast en draagkracht. En prop jezelf niet digitaal vol. Probeer er weerstand tegen te bieden. Het gaat immers over je (mentale) gezondheid.” Joop sluit af met zijn advies: “We moeten heel voorzichtig zijn met ongeduld importeren in het onderwijs. Een school moet een cultuur van geduld hebben.”

Verantwoord gebruik van videogames

Als onderzoeker, adviseur van het Trimbos-instituut en levenslange gamer ziet Tony van Rooij het als zijn taak om het publieke begrip van videogames te vergroten. Hij krijgt bijvoorbeeld weleens de vraag of het slecht is als kinderen twee uur per dag gamen. Tony: “Je moet het grotere geheel zien. Twee uur gamen is niet per se slecht. Wat doet iemand tijdens twee uur gamen? Speel je een hersenloos spelletje of ben je met vrienden een strategie aan het plannen? Verbinding met anderen of tijd voor jezelf is ook belangrijk. Je moet kijken naar wat het oplevert.”

“Uiteindelijk is technologie slechts een instrument: riskant voor een kleine groep en nuttig voor velen.”

Ook de online gamewereld heeft zich flink ontwikkeld. Tony: “Twintig jaar geleden kochten we games in een doosje, nu is de markt volledig gekanteld. Er zijn zelfs gratis games, waarbij je wel gebombardeerd wordt met commerciële boodschappen om tot een aankoop over te gaan. De meeste mensen kunnen hier weerstand tegen bieden, maar er zijn ook kwetsbare mensen die dat niet kunnen. Als bedrijf dat games ontwikkelt heb je de verantwoordelijkheid om deze mensen niet te manipuleren, maar ze hebben natuurlijk ook een commercieel doel. Dus dat blijft een uitdaging.”

Test het zelf: digitaal in balans

Er zijn verschillende balansmodellen die laten zien hoe je je leven in moet delen voor de beste balans. Bijvoorbeeld hoeveel uur je moet besteden aan slapen, sporten en sociale activiteiten. Trimbos ontwikkelde samen met Netwerk Mediawijsheid een nieuw digitale balans-model. Het model heeft drie elementen: sociaal gezond, lichamelijk gezond en mentaal gezond. Slaap je voldoende? Heb je voldoende inspanning maar ook ontspanning? Hoe zijn je relaties met anderen? “Het model is ontwikkeld om je te helpen nadenken over een gezonde balans, met of zonder digitale media”, vertelt Tony. “Wat de juiste balans is, is voor iedereen anders. De bijbehorende zelftest helpt met beoordelen wat voor jou werkt en biedt tips over hoe je digitaal in balans komt.”

Tony concludeert: “Uiteindelijk is technologie slechts een instrument: riskant voor een kleine groep en nuttig voor velen. De balans hierin is afhankelijk van het gebruik, de persoon zelf en de technologie.”

Verbind school, ouders en leerlingen

Daarmee komt er een einde aan het webinar met inspirerende sprekers en een interessant gesprek over digitale gezondheid in het onderwijs. De zorgen over mediagebruik bij kinderen, thuis en in het onderwijs, blijven. Maar we kunnen wel bewuster omgaan met mediagebruik, geduld houden in het onderwijs en met elkaar in gesprek blijven. Zodat we het nieuwe schooljaar digitaal gezond starten én een gezonde balans na blijven streven. Nadia Demaret, adviseur digitale geletterdheid, sluit af met advies voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs: “Ga vooral het gesprek aan met leerlingen. Maar voer het gesprek ook met ouders, want school en thuis vloeien in elkaar over. Verbind school, ouders en leerlingen om op een bredere manier bewustzijn te creëren.”

Bronnen en achtergrondinformatie

Laat een reactie achter

Vul je e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Reacties worden eerst goedgekeurd door de redactie.